Regeling Wmo-Verordening 2014 Schiermonnikoog

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 28-01-2014
  • Terugwerkende kracht t/m 01-01-2014
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2015
  • Betreft Onbekend
  • Datum ondertekening 29-08-2014
  • Bron bekendmaking gemeentelijke website
  • Kenmerk voorstel Onbekend

Inleiding

INHOUD

INLEIDING

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Lid 1. Wet

Lid 2. College

Lid 3. Compensatie

Lid 4. Aanmelding

Lid 5. Gesprek

Lid 6. Aanvraag

Lid 7. Belanghebbende 

Lid 8. Algemene voorziening

Lid 9. Algemeen gebruikelijke oplossing

Lid 10. Voorliggende voorzieing

Lid 11. Wettelijke voorliggende voorziening

Lid 12. Collectieve voorziening

Lid 13. Individuele voorziening

Lid 14. Gebruikelijke zorg

Lid 15. Voorziening in natura

Lid 16. Persoonsgebonden budget

Lid 17. Financiële tegemoetkoming

Lid 18. Mantelzorger

Lid 19. Hoofdverblijf

Lid 20. Eigen bijdrage 

Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie  

Artikel 2. De te bereiken resultaten

Hoofdstuk 3. DE VRAAGVERHELDERING  

Artikel 3. Aanmelding

Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek

Artikel 5. Het verslag van het gesprek

Hoofdstuk 4.  voorwaarden Voor Compensatie

Artikel 6. Verantwoordelijkheid van de belanghebbende

Artikel 7. Verantwoordelijkheid van het college

Artikel 8. Uitsluitinggronden

Hoofdstuk 5. De aanvraag voor compensatie

Artikel 9. De aanvraag

Hoofdstuk 6. Een te bereiken resultaat

Artikel 10. Het maken van een afweging

Hoofdstuk 7. Vormen van Verstrekkingen

Artikel 11. Mogelijke verstrekkingwijzen

Artikel 12. Verstrekking in natura

Artikel 13. Verstrekkingen als persoonsgebondenbudget

Artikel 14. Verstrekking als financiële tegemoetkoming

Hoofdstuk 8. Eigen Bijdragen 15

Artikel 15. Eigen bijdrage en eigen aandeel

Artikel 16. Duur inning eigen bijdrage

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen 17

Artikel 17. Wijziging situatie

Artikel 18. Intrekking en terugvordering

Artikel 19. Hardheidsclausule

Artikel 20. Indexering

Artikel 21. Inwerktreding

Artikel 22. Citeertitel

Inleiding

Dit is de eerste ‘gekantelde’ Wmo - verordening van Schiermonnikoog. In deze verordening staat niet meer het verstrekken van voorzieningen centraal, maar het beantwoorden van de daadwerkelijke hulpvraag van een inwoner. Dat antwoord kan divers zijn; van een advies op maat, een oplossing in de informele sfeer, tot het verstrekken van een voorziening. Het antwoord is echter nooit ‘nee’.

Het gekanteld werken past bij de doelstellingen en de speerpunten van de gemeente op het gebied van de Wmo (zie pagina 4 Wmo Beleidsvisie 2013-2016). Het is een methode met de volgende kenmerken:

·1. Op de vraag gericht:

Niet het aanbod van voorzieningen of het uitvoeren van wetgeving staan centraal, maar het probleem van de burger. Een goede analyse van dat probleem (vraagverheldering) is onontbeerlijk. Heeft de inwoner moeite met participeren in de samenleving? Op welk terrein dan? Waar loopt hij of zij tegenaan?

De directe vraag/wens van de inwoner zegt niet altijd alles van diens werkelijke probleem. Door samen met die inwoner, en eventueel mensen uit diens omgeving, goed het probleem te analyseren, kan een oplossing voor het feitelijke probleem gevonden worden.

·2. Uitgaan van de eigen kracht van burgers:

Kunst is inwoners te helpen, maar hen daarbij zo weinig mogelijk op de overheid te laten leunen. Hulpvragen worden daarom niet uit handen genomen, maar inwoners worden ondersteund bij het zelf oplossen daarvan. Bijna iedereen is in staat zelf, of met behulp van familie en vrienden zaken op te pakken. Het aanzetten van inwoners dat te doen, is de belangrijkste manier van activeren.

·3. Proactieve houding:

Het stimuleren en motiveren van inwoners vereist een positieve houding. Een houding waarbij in mogelijkheden wordt gedacht in plaats van in onmogelijkheden. Samen met de betrokkenen wordt bekeken wat wel kan.

Een proactieve houding betekent ook daadkrachtig en slagvaardig zijn. Niet afwachten tot er bijvoorbeeld een aanvraag wordt ingediend. Maar zelf mogelijke problemen signaleren. Er op af als dat nodig is.

·4. Integraal werken:

Inwoners participeren op diverse manieren. Er zijn dan ook diverse wetten en regelingen die tot doel hebben dat te bevorderen. Hierin schuilt een risico van verkokering.

Door uit te gaan van de vraag van de burger (zie 1.) kan integraal worden gewerkt. De medewerker die de inwoners helpt diens vraag te verhelderen doet dit door oog te hebben voor alle facetten van participeren, op welk terrein die ook gelegen zijn. Ook heeft de medewerker oog voor het gezin van de hulpvrager en de problemen die daarbinnen spelen.

·5. Ruimte voor de professional:

De uitvoeringspraktijk is gericht op het aanzetten van inwoners tot participatie. Daarom ligt daar het zwaartepunt op goede vraagverheldering om zo te komen tot een integrale aanpak.

De medewerkers die inwoners helpen met vraagverheldering zijn goed opgeleide professionals, mensen die kunnen handelen op basis van kennis, ervaring en vaardigheden. Deze professional beschikt uiteraard zelf over voldoende vaardigheden, maar krijgt ook de ruimte om naar eigen inzicht samen met de burger naar creatieve oplossingen te zoeken.

De professional heeft de opdracht burgers aan te zetten tot participatie. Hij of zij wordt door deze opdracht gestuurd, niet door regels of procedures. Ook het coachen van de professional wordt gedaan op het behalen van de opdracht.

·6. “Smart” :

Nadat duidelijk is wat het feitelijke probleem van de burger is, wordt die geholpen met het vinden van een oplossing. Die oplossing wordt altijd zo dicht mogelijk bij de persoon zelf gezocht. Wat kan iemand zelf? Hoe kunnen gezinsleden of andere mensen een steentje bijdragen? Zijn er alternatieve oplossingen (bijvoorbeeld een 2e stofzuiger op de eerste verdieping in plaats van een huishoudelijke hulp)? Daarna komen de voor ieder toegankelijke oplossingen in beeld, waarbij gekeken wordt naar algemeen gebruikelijke oplossingen, algemene en collectieve voorzieningen. Als laatste komt in beeld het verlenen van een individueel recht op een voorziening.

“Smart wurkje” zorgt ervoor dat vrijwilligers worden ingezet waar dat kan, en professionals waar dat moet. Collectief waar mogelijk, individuele hulp waar dat nodig is.

·7. Niet vrijblijvend, maar resultaat gericht:

Er wordt met duidelijke doelen gewerkt. Samen met de inwoner wordt bepaald wat er moet gebeuren, op welke wijze dat kan en wanneer het gerealiseerd moet zijn. Naderhand wordt met de inwoner nagegaan of het beoogde is behaald.

Deze verordening heeft betrekking op hulpvragen van individuele inwoners van de gemeente. Het is de verordening, bedoeld in artikel 5 van de Wmo, die de toegang tot voorzieningen en de afstemming tussen voorzieningen regelt. Een verordening ook met regels over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en over de voorwaarden waaronder personen die een aanspraak hebben op dergelijke voorzieningen recht hebben op het ontvangen van die voorziening. Schiermonnikoog heeft er bewust voor gekozen het aantal regels in deze verordening zo beperkt mogelijk te houden. Dit in de overtuiging dat, in de lijn van het gekanteld werken, aan hulpvragers en professionals ruimte en vertrouwen moet worden gegeven te komen tot adequate oplossingen op maat. Met het beperken van de regels stuurt Schiermonnikoog aan op een minder bureaucratische maar flexibele uitvoeringspraktijk.

In deze verordening ligt het zwaartepunt op het behalen van resultaten. Ofwel het helpen van inwoners met het oplossen van hun hulpvraag. De focus ligt daarbij allereerst op het vergroten van de eigen kracht van de hulpvrager (en diens sociale omgeving) en daarnaast ook op het bewerkstelligen van zelfredzaamheid. Omdat zelfregie bijdraagt aan eigen kracht, is voor Schiermonnikoog het geven van een bepaalde mate van keuzevrijheid aan inwoners een randvoorwaarde.

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

1.

In deze verordening wordt verstaan onder:

2.

Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.

3.

College: College van burgemeester en wethouders.

4.

Compensatie: Compensatie is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van een belanghebbende en stelt hem in staat:

  • ·

    a. een huishouden te voeren;

  • ·

    b. zich te verplaatsen in en om de woning;

  • ·

    c. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;

  • ·

    d. medemensen te ontmoeten, sociale verbanden aan te gaan en te onderhouden.

5.

Aanmelding: De mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.

6.

Gesprek: Het contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen.

7.

Aanvraag: Het verzoek na een gesprek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere collectieve of individuele voorzieningen.

8.

Belanghebbende: Een inwoner van de gemeente die een beperking, een lichamelijk, een psychisch of een psychosociaal probleem ervaart en dit niet zelf of in eigen omgeving denkt te kunnen oplossen.

9.

Algemene voorziening: Een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op een eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is.

10.

Algemeen gebruikelijke oplossing: Een oplossing die door de belanghebbende zelf kan worden betaald.

11.

Voorliggende voorziening: Een voorziening die in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.

12.

Wettelijk voorliggende voorziening: Een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.

13.

Collectieve voorziening: Een voorziening die wordt toegekend maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt.

14.

Individuele voorziening: Een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon wordt verstrekt.

15.

Gebruikelijke zorg: De zorg die voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd.

16.

Voorziening in natura: Een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik) leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.

17.

Persoonsgebonden budget: Een geldbedrag om, onder bepaalde voorwaarden, een individuele voorziening mee aan te schaffen.

18.

Financiële tegemoetkoming: Een geldbedrag bedoeld om een individuele voorziening mee aan te schaffen. Het geldbedrag is niet persé een kostendekkende vergoeding, maar een bedrag, bedoeld als tegemoetkoming in de kosten ( = forfaitaire bedrag).

19.

Mantelzorger: Een persoon die langdurige zorg biedt die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden. De zorg wordt geleverd aan een hulpbehoevende uit diens directe omgeving. De zorgverlening vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie en deze overstijgt de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar.

20.

Hoofdverblijf: De plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt.

21.

Eigen bijdrage en eigen aandeel: Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Eigen bijdrage geldt bij een voorziening in natura of Pgb. Eigen aandeel bij een financiële tegemoetkoming. Het CAK berekent, stelt vast en int de eigen bijdrage en het eigen aandeel.

HOOFDSTUK 2. RESULTAATGERICHTE COMPENSATIE

Artikel 2. De te bereiken resultaten

De door compensatie te bereiken resultaten zijn:

  • ·

    a. een leefbaar huis;

  • ·

    b. wonen in een geschikt huis;

  • ·

    c. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;

  • ·

    d. beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;

  • ·

    e. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;

  • ·

    f. zich verplaatsen in en om de woning;

  • ·

    g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;

  • ·

    h. de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten;

  • ·

    i. een gezonde financiële huishouding

HOOFDSTUK 3. DE VRAAGVERHELDERING

Artikel 3. Aanmelding

1.

Aan een aanvraag voor compensatie gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf indien:

  • ·

    a. De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan;

  • ·

    b. De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;

  • ·

    c. Belanghebbende of het college een gesprek wenselijk achten.

Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek

Om deelname aan het maatschappelijke verkeer te bevorderen kan een aanmelding voor een gesprek schriftelijk, via de mail, mondeling of telefonisch worden gedaan bij de gemeente of daarvoor aangewezen organisatie.

Artikel 5. Het verslag van het gesprek

1.

Het gesprek wordt afgesloten met een verslag.

2.

Opmerkingen van belanghebbende of diens vertegenwoordiger over dit verslag worden als bijlage aan het verslag toegevoegd.

3.

Het verslag bevat een omschrijving van het probleem, de inventarisatie van mogelijkheden en een plan van aanpak dat moet leiden tot een resultaat.

4.

Een door belanghebbende ondertekend verslag kan als aanvraagformulier worden gebruikt.

HOOFDSTUK 4. VOORWAARDEN VOOR COMPENSATIE

Artikel 6. Verantwoordelijkheid van de belanghebbende

1.

Van belanghebbende wordt verwacht dat deze zoekt naar mogelijkheden om zelf te voorzien in adequate oplossingen voor zijn ondersteuningsvraag. Hierin worden betrokken de eigen mogelijkheden, de mogelijkheden van zijn sociale netwerk en alle beschikbare voorzieningen.

2.

Van belanghebbende wordt verwacht dat deze tijdig anticipeert op ondersteuningsvragen die verband houden met levensloopgerelateerde fasen en hier ook binnen zijn eigen mogelijkheden, de mogelijkheden van zijn sociale netwerk en beschikbare wettelijke voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen treft.

3.

Van belanghebbende wordt verwacht dat deze verantwoordelijkheid neemt voor het verbeteren en of optimaliseren van de lichamelijke en geestelijke gezondheid en individuele psychosociale omstandigheden. Waar nodig met ondersteuning van zijn sociale netwerk beschikbare wettelijke voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen en of hulpverleners, mantelzorgers of vrijwilligers.

4.

Van belanghebbende wordt verwacht dat deze meewerkt aan een onderzoek om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de woon- en leefsituatie in relatie tot de benodigde en gevraagde compensatie.

5.

Van belanghebbende wordt verwacht de gegevens te verschaffen die noodzakelijk zijn voor het onderzoek naar de noodzaak van compensatie.

Artikel 7. Verantwoordelijkheid van het college

1.

Het college handelt vanuit het respect voor en vertrouwen in de kennis en vaardigheden van belanghebbende, en hun verlangen zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het college bevordert de zelfredzaamheid en de zelfregie van belanghebbenden.

2.

Als dat nodig is, staat het college belanghebbenden bij, bij het zoeken, vinden, en treffen van een oplossing voor een hulpvraag. Het college doet dit op objectieve wijze, waarbij zij tevens verantwoordelijk is voor de doelmatige besteding van beschikbaar gestelde middelen.

3.

Oplossingen voor een hulpvraag, als bedoeld in het vorige lid, worden bij voorkeur gezocht in dat wat een belanghebbende zelf, of met diens sociale netwerk redelijkerwijs kan realiseren. Worden daar onvoldoende oplossingen gevonden, dan worden de oplossingen achtereenvolgend gezocht in algemeen gebruikelijke oplossingen, voorliggende voorzieningen, en collectieve voorzieningen. Het college besluit alleen dan een individuele voorziening te verstrekken, als er onvoldoende andere oplossingen zijn.

4.

Het college heeft oog voor alle omstandigheden van een belanghebbende en diens gezin. Bij het doen van onderzoek maakt het college waar mogelijk gebruik van al beschikbare informatie.

5.

Het college is bevoegd de dienstverlening in dit kader uit te laten voeren door derden.

Artikel 8. Uitsluitinggronden

Er vindt geen compensatie plaats indien:

  • ·

    a. de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Schiermonnikoog of het hoofdverblijf feitelijk buiten de gemeente valt;

  • ·

    b. de kosten, waarop de compensatie betrekking heeft, naar oordeel van het college vermeden hadden kunnen worden;

  • ·

    c. de belanghebbende, kosten heeft gemaakt of verplichtingen is aangegaan door zelf de voorziening aan te schaffen, waardoor het probleem al is opgelost;

  • ·

    d. er bij belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten, in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor compensatie wordt gevraagd;

  • ·

    e. een voorziening, waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, of een voorgaande verordening is verstrekt, en de technische levensduur van de voorziening nog niet is verstreken. Tenzij de voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de belanghebbende zijn toe te rekenen.

  • ·

    f. het een woonvoorziening betreft en de belanghebbende in een hotel / pension, trekkerswoonwagen, klooster, tweede woning, vakantiewoning, recreatiewoning en onzelfstandige woonruimte zoals kamerverhuur woont.

  • ·

    g. het een woonvoorziening betreft aan specifiek op gehandicapten of ouderen gerichte woongebouwen voor voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.

HOOFDSTUK 5. DE AANVRAAG VOOR COMPENSATIE

Artikel 9. De aanvraag

1.

De aanvraag voor een individuele voorziening wordt ingediend door middel van het ondertekende verslag.

2.

Als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, wordt een aanvraag ingediend door middel van het meldingsformulier voor een gesprek.

HOOFDSTUK 6. EEN TE BEREIKEN RESULTAAT

Artikel 10. Het maken van een afweging

1.

Het college zal, binnen de grenzen van deze verordening, onderzoek doen naar de noodzaak om via compensatie een resultaat te bereiken. Het college gaat hierbij uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Bij het onderzoek naar de noodzaak om een resultaat te bereiken neemt het college het ondertekende verslag van het gesprek als uitgangssituatie.

2.

Om een resultaat te bereiken, worden eerst onderstaande voorzieningen beoordeeld op daadwerkelijke beschikbaarheid en bruikbaarheid voor belanghebbende:

  • ·

    - eigen (financiële) mogelijkheden;

  • ·

    - alle eventueel aanwezige huisgenoten, het eigen netwerk, die beschikbaar zijn en in staat

  • ·

    - om werkzaamheden over te nemen;

  • ·

    - alle algemeen gebruikelijke oplossingen;

  • ·

    - alle algemene voorzieningen;

  • ·

    - alle (wettelijke) voorliggende voorzieningen;

  • ·

    - alle collectieve voorzieningen.

3.

Onderzoek om een resultaat te bereiken vindt plaats, als de voorzieningen genoemd in lid 2 in het gesprek, niet tot een oplossing hebben geleid of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden.

HOOFDSTUK 7. VORMEN VAN VERSTREKKINGEN

Artikel 11. Mogelijke verstrekkingwijzen

1.

Bij het verstrekken van een individuele voorziening biedt het college, de keuze tussen verstrekking in natura, verstrekking als persoonsgebonden budget (Pgb) of een financiële tegemoetkoming.

2.

Het college kan bij beschikking nadere voorwaarden vaststellen.

Artikel 12. Verstrekking in natura

Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura is een (bruikleen) overeenkomst van de gemeente met de leverancier van toepassing.

Artikel 13. Verstrekking als persoonsgebonden budget

1.

De omvang van het budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst individuele voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten bijvoorbeeld onderhoud aan de voorziening.

2.

Voor algemene voorzieningen en voor financiële tegemoetkomingen wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt.

3.

Als uit onderzoek blijkt dat de belanghebbende met het budget kan omgaan, wordt deze verleend.

4.

Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt, waarin is vastgelegd aan welke voorwaarden de met het budget te verwerven voorziening minimaal dient te voldoen.

5.

De vaststelling van een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden vindt als volgt plaats:

  • ·

    a. Bij inschakeling door de budgethouder van een hulp die niet in loondienst is van een thuiszorgaanbieder wordt er een bedrag per uur beschikbaar gesteld ter hoogte van 110% van het bruto uurloon (inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering) per 1 januari van het betreffende jaar, van de loonschaal CAO VVT, FWG 10 trede 10 bij HH1, en FWG 20 trede 8 bij HH2. Budgethouders kunnen kosteloos gebruik maken van de administratieve ondersteuning welke door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wordt aangeboden.

  • ·

    b. Bij inschakeling door de budgethouder van een hulp die in loondienst is van een thuiszorgaanbieder wordt er een bedrag per uur beschikbaar gesteld dat gelijk is aan het gemiddelde uurtarief van de thuiszorgaanbieders.

6.

Belanghebbende die een budget voor huishoudelijke hulp ontvangt hoeft per jaar € 150,00 niet te verantwoorden.

7.

De verantwoording van het budget voor huishoudelijke hulp door de budgethouder vindt periodiek plaats via een verantwoordingsformulier. Het college is bevoegd de budgethouder om nadere informatie of alle bewijsstukken te vragen.

Artikel 14. Verstrekking als financiële tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van een goedgekeurde offerte.

HOOFDSTUK 8. EIGEN BIJDRAGEN

Artikel 15. Eigen bijdrage en eigen aandeel

1.

Bij compensatie op grond van deze verordening is de belanghebbende ouder dan 18 jaar een eigen bijdrage dan wel een eigen aandeel in de kosten verschuldigd.

2.

In afwijking van lid 1 is:

  • ·

    a. geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd voor een algemene voorziening;

  • ·

    b. geen eigen bijdrage verschuldigd voor een collectieve vervoersvoorziening;

  • ·

    c. geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd bij een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten en gebruik eigen auto;

  • ·

    d. geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd in de kosten van een woningaanpassing als de kosten minder bedragen dan € 1.500,00;

  • ·

    e. geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd in de kosten van een woonvoorziening als deze een tillift betreft;

3.

Het verschuldigde bedrag, bedoeld in lid 1, bedraagt het bedrag genoemd als maximum in art. 4.1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo).

4.

De eigen bijdrage overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.

5.

De kostprijs van een voorziening en of het (jaarlijkse) onderhoudscontract wordt afgeleid van een vastgesteld normbedrag (bijvoorbeeld een eenheidsprijs van het kernassortiment), een goedgekeurde offerte, of de met de leverancier overeengekomen huur- of koopprijs of uurtarief.

6.

In geval van koop van een voorziening door het college bestaat de kostprijs van een voorziening uit de economische afschrijving van de voorziening, vermeerderd met het beheer- en onderhoudstarief. Mocht er na het verstrijken van de periode voor de economische afschrijving een vervangende voorziening ingezet moeten worden, dan gaat de periode van betaling van een eigen bijdrage voor dit deel opnieuw in.

Artikel 16. Duur inning eigen bijdrage

1.

Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt, dan wordt gedurende een periode van maximaal 39 maal vier weken een eigen bijdrage in rekening gebracht.

2.

Indien een voorziening een bouwkundige of woontechnische aanpassing betreft, dan wordt gedurende een periode van maximaal 39 maal vier weken een eigen bijdrage in rekening gebracht of, bij de vaststelling van de hoogte van een financiële tegemoetkoming, gedurende die periode een eigen betaling in mindering dan wel in rekening gebracht.

3.

Bij voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt en waarvoor de gemeente huur betaalt geldt een eigen bijdrage zolang iemand de voorziening gebruikt.

4.

Bij voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt en die door de gemeente zijn gekocht is een eigen bijdrage verschuldigd op basis van de economische afschrijving en het onderhoudscontract. De eigen bijdrage op basis van de afschrijvingstermijn is verschuldigd gedurende:

  • ·

    - de periode van 39 maal vier weken in geval van hulpmiddelen uit het kernassortiment

  • ·

    - de economische levensduur in geval van hulpmiddelen buiten het kernassortiment.

5.

De eigen bijdrage over het door de gemeente te betalen onderhoudscontract voor een hulpmiddel is verschuldigd zolang de voorziening technisch nog niet is afgeschreven en nog door aanvrager wordt gebruikt.

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 17. Wijziging situatie

Belanghebbende aan wie krachtens deze verordening compensatie is geboden, is verplicht zo spoedig mogelijk schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de aanspraak op een individuele voorziening.

Artikel 18. Intrekking en terugvordering

  • 1.

    Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:

    • ·

      - niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;

    • ·

      - op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.

  • 2.

    Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een Pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling, dan wel de verantwoording huishoudelijke hulp Pgb, niet is aangewend voor de bekostiging van het doel waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

3. 3.Ingeval een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een al uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.

4.In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens

Artikel 19. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 20. Indexering

Het college kan de op grond van deze verordening geldende bedragen jaarlijks per 1 januari verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de index volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 21. Inwerkingtreding

1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van 01 januari 2014 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Schiermonnikoog.

2.

Aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden beoordeeld op grond van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Schiermonnikoog, vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Schiermonnikoog op 26 februari 2013.

Artikel 22. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Wmo - Verordening Schiermonnikoog 2014.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 januari 2014 te Schiermonnikoog,

De griffier,

De voorzitter,