Regeling Verordening op de vertrouwenscommissie in verband met de vervulling van de vacature van burgemeester van de gemeente Schiermonnikoog

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding27-04-2011
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreftnieuwe regeling
  • Datum ondertekening26-04-2011
  • Bron bekendmakingNieuwsbrief, 29 april 2011
  • Kenmerk voorstelOnbekend

Inleiding

De raad van de gemeente Schiermonnikoog;

gelezen het raadsvoorstel van de voorzitters van de fracties Ons Belang, Christelijke Groepering Schiermonnikoog, Schiermonnikoogs Belang en Democraten Schiermonnikoog 2010;

gelet op artikel 61 van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

a.in te stellen een vertrouwenscommissie in verband met de vervulling van de vacature van de burgemeester;

b. in te trekken de Verordening op de vertrouwenscommissie in verband

met de vervulling van

de vacature van burgemeester van de gemeente Schiermonnikoog, vastgesteld op 1

december 2003;

c. vast te stellen de volgende Verordening op de vertrouwenscommissie in verband met de

vervulling van de vacature van burgemeester van de gemeente Schiermonnikoog

Taak van de commissie

.

Artikel 1

a.

De commissie heeft tot taak het uitbrengen van een concept-aanbeveling van tenminste twee kandidaten, die naar het oordeel van de commissie in aanmerking komen voor de benoeming tot burgemeester van de gemeente Schiermonnikoog;

b.

De commissie brengt haar aanbeveling uit aan de Raad van de gemeente Schiermonnikoog en de Commissaris van de Koningin van de provincie Fryslân.

c.

De commissie brengt een schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraad en de Commissaris van de Koningin van haar bevindingen, waarop haar aanbeveling is gebaseerd.

d.

De commissie vermeldt in haar aanbeveling de motieven, die tot haar oordeel hebben geleid.

e.

De commissie geeft een beredeneerde volgorde van de aanbeveling aan.

Samenstelling van de commissie

Artikel 2

a.

De gemeenteraad bepaalt de samenstelling van de commissie en wel op een zodanige manier, dat van elke fractie in de Raad één lid in de commissie vertegenwoordigd is.

b.

Plaatsvervangende leden worden niet benoemd.

c.

Indien een lid van de commissie langdurig niet beschikbaar is, kan hij of zij zich doen vervangen door een ander lid van zijn of haar fractie; de vervanging geldt voor de resterende zittingsperiode van de commissie.

d.

De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

e.

De wethouders worden benoemd als adviseur van de commissie. Daarnaast kunnen andere adviseurs worden benoemd.

f.

De commissie is bevoegd zonder haar adviseurs te vergaderen.

g.

De commissie wordt bijgestaan door de griffier. De secretaris is zijn plaatsvervanger.

Werkwijze van de commissie

Artikel 3

  • a.

    De commissie baseert haar bevindingen, zoals bedoeld in artikel 1, op de informatie over de sollicitanten, die haar door de Commissaris van de Koningin is verstrekt, alsmede op de informatie, die de commissie ontleent aan de gesprekken, die zij voert met de kandidaten.

  • b.

    De commissie voert de in lid a van dit artikel bedoelde gesprekken met de door de Commissaris van de Koningin geselecteerde kandidaten.

  • c.

    Indien de commissie besluit een door de Commissaris van de Koningin geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, worden de Commissaris van de Koningin en de kandidaat door de commissie schriftelijk van haar beslissing op de hoogte gesteld.

  • d.

    De commissie is bevoegd ook niet door de Commissaris van de Koningin geselecteerde kandidaten, die gesolliciteerd hebben, bij haar beoordeling te betrekken.

  • e.

    Indien een niet-geselecteerde kandidaat zich rechtstreeks wendt tot de commissie met het verzoek door haar te worden uitgenodigd, beslist de commissie zo spoedig mogelijk op het verzoek en stelt zij de verzoeker schriftelijk op de hoogte van haar beslissing.

  • f.

    Indien de commissie besluit de onder d. of e. bedoelde sollicitant bij haar beoordeling te betrekken, meldt zij dit direct aan de Commissaris van de Koningin.

Inlichtingen

Artikel 4

a.

De commissie verschaft zich door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin door haar nodig geachte informatie over de kandidaten.

b.

De commissie wint noch mondeling noch schriftelijk inlichtingen omtrent kandidaten in bij derden.

Wijze van vergaderen van de commissie

Artikel 5

a.

De commissie vergadert zo vaak als de voorzitter of twee leden dit noodzakelijk achten.

b.

Van elke vergadering wordt door de voorzitter tenminste vier dagen tevoren aankondiging gedaan aan de leden van de commissie.

Artikel 6

a.

De commissie vergadert niet, indien niet tenminste de helft van de leden aanwezig is.

b.

De opvattingen, bedoeld in artikel 1, worden bij meerderheid van stemmen vastgesteld.

c.

Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in de schriftelijke rapportage aan de Commissaris van de Koningin vermeld.

d.

Bij staking van stemmen over de uit te brengen opvattingen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die vergadering, dan worden geen opvattingen van de commissie, maar de verschillende meningen binnen de commissie ter kennis van de Commissaris van de Koningin gebracht.

De organisatie van de selectiegesprekken

Artikel 7

  • a.

    De voorzitter nodigt de kandidaten uit voor een gesprek met de commissie.

  • b.

    De plaats en het tijdstip voor een gesprek worden zodanig gekozen, dat voorkomen wordt, dat kandidaten hierdoor bekend worden of tijdens het bezoek aan de commissie met elkaar in contact komen.

Communicatie en corrrespondentie

Artikel 8

  • a.

    De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.

  • b.

    Alle stukken voor de commissie worden aan zijn adres gericht en op zijn adres bewaard.

  • c.

    Alle stukken, die van de commissie uitgaan, worden vanaf zijn adres verzonden.

Geheimhouding

Artikel 9

  • a.

    De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis wordt gekomen.

  • b.

    De geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover de gemeenteraad.

  • c.

    Deze geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie.

  • d.

    De geheimhoudingsplicht, zoals in de voorgaande leden bedoeld, geldt eveneens voor in artikel 2, lid e genoemde adviseurs en de in hetzelfde artikel, lid f genoemde personen.

  • e.

    Indien de commissie vaststelt, dat een van haar leden of de in het vorige lid genoemde personen de vertrouwelijkheid schendt, dan wordt dit lid of deze persoon uit zijn functie ontheven. Dit besluit wordt genomen niet dan nadat betrokkene door de voltallige commissie is gehoord. Het besluit tot ontheffing dient bij afwezigheid van dit lid/deze persoon in unanimiteit en in een overigens voltallige commissie te worden genomen.

Beëindiging van de commissie

Artikel 10

  • a.

    De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag, volgende op die, waarop aan het gemeentebestuur is bekendgemaakt, dat in de vacature is voorzien.

  • b.

    De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor, dat op het in lid a bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden, die de commissie zelf heeft gemaakt, op last van burgemeester en wethouders onverwijld in een verzegelde enveloppe en gerubriceerd als “geheim” worden overgebracht naar de krachtens de wet door de Raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor, dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de navolgende leden van dit artikel.

  • c.

    Van de in lid b. bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid, sub a en c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid , geldende voor een periode van 75 jaar.

  • d.

    De originele bescheiden, die de commissie heeft ontvangen van de Commissaris van de Koningin of van de kandidaten, worden onmiddellijk aan dezen teruggezonden.

  • e.

    De originele bescheiden, die de commissie heeft ontvangen van de Commissaris van de Koningin of van de kandidaten worden onmiddellijk aan dezen teruggezonden.

  • h.

    Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.

  • i.

    Alle kopieën van de stukken, genoemd onder lid b. dienen eveneens vernietigd te worden door de zorg van de voorzitter van de commissie.

Slotbepalingen

Artikel 12

In alle gevallen, waarin deze niet voorziet, beslist de commissie.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar vaststelling.