Regeling Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2016

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding05-12-2015
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • BetreftOnbekend
  • Datum ondertekening10-11-2015
  • Bron bekendmakingoverheid.nl
  • Kenmerk voorstelOnbekend

Inleiding

De raad van de gemeente Schiermonnikoog;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2015;

gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2016

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:

een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

1.

Onder de naam "forensenbelasting" wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

2.

Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3 Vrijstellingen

Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

1.

De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen, zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld.

2.

Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde.

3.

De vaststelling van de waarde geschiedt overeenkomstig de regels voor de in de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet bedoelde belastingen.

Artikel 5 Tarief

1.

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.

2.

Het percentage bedraagt 0,2608%.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, de tweede twee maanden later en de derde en laatste weer twee maanden later.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.

In afwijking van het eerste lid, is de belastingschuld direct invorderbaar, indien de belastingschuldige niet binnen de gestelde termijnen betaalt.

4.

In afwijking van het tweede lid, is de belastingschuld direct invorderbaar, indien de verschuldigde bedragen niet kunnen worden afgeschreven.

5.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de leden 1, 2, 3 en 4 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

6.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld

De belastingschuld is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de forensenbelasting.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2015” van 11 november 2014, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 16 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening forensenbelasting 2016".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2015.

, voorzitter (D.J. Stellingwerf)

, griffier (S.T. van der Zwaag)