Regeling Verordening op de gemeenschappelijke rekenkamercommissie De Waddeneilanden

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 21-10-2014
  • Terugwerkende kracht t/m 01-10-2014
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft Onbekend
  • Datum ondertekening 21-10-2014
  • Bron bekendmaking Gemeenteblad
  • Kenmerk voorstel Onbekend

Inleiding

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Deelnemers: de gemeenten Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling en Texel;

  • b.

    De regeling: de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband De Waddeneilanden;

  • c.

    De commissie: de gemeenschappelijke rekenkamercommissie;

  • d.

    Gemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de deelnemende gemeenten.

Artikel 2 Belang

Het belang ter behartiging waarvan deze regeling is aangegaan is het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamerfunctie als bedoeld in art. 81 oa van de Gemeentewet.

Artikel 3 Rekenkamercommissie

1.

De gemeenschappelijke rekenkamerfunctie wordt uitgeoefend in de vorm van een gemeenschappelijke commissie als bedoeld in art. 84, lid 1 van de Gemeentewet, en art. 28 van de Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden, genaamd Rekenkamercommissie De Waddeneilanden;

2.

De commissie heeft als taak het geven van uitvoering aan het bepaalde in de art.en 182, 183, 184a en 185 van de Gemeentewet;

3.

De onderzoeken als bedoeld in het tweede lid moeten gericht zijn op structurele processen met als doel te leren van gedane zaken. Incidenten kunnen aanleiding zijn voor onderzoek, maar het zwaartepunt moet liggen bij structurele beleidsevaluatie, waarbij het gaat om de effectiviteit van beleid.

Artikel 4 Samenstelling commissie en benoeming leden

1.

De commissie bestaat uit 3 leden, waaronder de voorzitter. De mogelijkheid bestaat om twee plaatsvervangende leden te benoemen;

2.

De leden worden benoemd door de gemeenteraden van de deelnemers op voordracht van de Eilander raad;

3.

Het profiel van de leden en de voorzitter, alsmede de benoemingscriteria worden door of namens de Eilander raad vastgesteld;

4.

De plaatsvervangende leden hebben dezelfde rechten en plichten als de leden als zij in de plaats treden van een lid dat verhinderd is. De bepaling van deze regeling met betrekking tot de leden zijn onverkort van toepassing op de plaatsvervangende leden.

5.

In aanvulling op het bepaalde in art. 81f van de Gemeentewet is niet benoembaar tot lid van de commissie:

  • a.

    Een lid van de gemeenteraad of een commissie van een deelnemer;

  • b.

    Een persoon in dienst van een deelnemer en/of een gemeenschappelijke regeling waaraan door een of meer deelnemers wordt deelgenomen;

  • c.

    Een bestuurder of persoon in dienst van een instelling of organisatie die subsidie ontvangt van een of meer deelnemers;

  • d.

    Een inwoner van de deelnemers;

6.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar; De zittingsduur kan ten hoogste met twee maal worden verlengd.

Artikel 5 Ontslag

1.

De leden van de commissie worden door de gemeenteraden van de deelnemers op voordracht van de Eilander raad ontslagen.

2.

Een lid van de commissie wordt ontslagen:

  • a.

    Op eigen verzoek;

  • b.

    Bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap;

  • c.

    In dien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  • d.

    Indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft gekregen of wegens schulden is gegijzeld;

  • e.

    Indien hij naar het oordeel van de Eilander raad dan wel naar het oordeel van de gemeenteraad van tenminste één van de deelnemers ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

3.

Een lid van de commissie kan worden ontslagen:

  • a.

    Indien de Eilander raad dan wel de gemeenteraad van tenminste één van de deelnemers van oordeel zijn dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te vervullen;

  • b.

    Indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

  • c.

    Indien hij handelt in strijd met art. 15, eerste en tweede lid van de Gemeentewet.

Artikel 6 Voorzitterschap commissie

1.

Een van de leden wordt door de gemeenteraden van de deelnemers op voordracht van de Eilander raad benoemd in de functie van voorzitter van de commissie;

2.

De voorzitter is stemhebbend lid van de rekenkamer;

3.

De commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

4.

De voorzitter van de commissie regelt de volgorde waarin de plaatsvervangende leden worden geroepen om op te treden.

Artikel 7 Taak voorzitter

1.

De voorzitter zorgt, in overleg met de secretaris, voor het bijeenroepen van de vergaderingen van de commissie;

2.

De voorzitter leidt de vergaderingen, bewaakt de uitgangspunten, treedt op als woordvoerder namens de commissie en bevordert een zorgvuldige besluitvorming.

3.

De voorzitter voert regelmatig overleg met de secretaris bedoeld in art. 9 over de voortgang van de onderzoeken van de commissie.

Artikel 8 Eed en gedragscode

1.

Ten aanzien van de leden van de commissie is art. 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing;

2.

De leden van de commissie leggen de in het eerste lid bedoelde eed of verklaring en belofte af in de vergadering van de Eilander raad ten overstaan van de voorzitter van de Eilander raad;

3.

Ten aanzien van de leden is de gedragscode voor bestuurders van toepassing zoals die is vastgesteld door de raad van de gemeente Terschelling.

Artikel 9 Ambtelijk secretaris

1.

De commissie heeft een ambtelijk secretaris, die in dienst is bij het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden, en valt onder de rechts positieregeling voor ambtenaren van de gemeente Terschelling;

2.

De functieomvang van de ambtelijk secretaris wordt bepaald door of namens de Eilander Raad.

3.

De gemeenteraad c.q. de griffier van de gemeente Terschelling benoemt, schorst en ontslaat de ambtelijk secretaris van de commissie, in overeenstemming met de voorzitter van de commissie.

4.

De secretaris ondersteunt de commissie bij de uitvoering van haar taken. Hij verricht geen andere werkzaamheden voor de deelnemers dan het secretariaat van de commissie.

5.

De secretaris is bevoegd deel te nemen aan de beraadslagingen binnen de commissie en heeft daarbij een adviserende stem;

6.

Ter ondersteuning van de secretaris kunnen andere ambtenaren worden benoemd. Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid van dit art. is hierop van toepassing.

7.

De kosten van de secretaris en het personeel als bedoeld in het 6e lid, alsmede de overige door het secretariaat de Waddeneilanden te maken secretariaatskosten, worden verdeeld over de deelnemers naar rato van de verdeelsleutel zoals die geldt binnen de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden, tenzij daarin door de deelnemers op een andere wijze wordt voorzien.

Artikel 10 Inventarisatie en selectie van onderwerpen

1.

De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt.

2.

De commissie doet onderzoeken evenredig verdeeld over de deelnemers;

3.

Conform art. 182, tweede lid van de Gemeentewet kunnen gemotiveerde verzoeken tot het verrichten van een onderzoek worden gedaan door de raad van een deelnemer.

4.

Indien meerdere verzoeken voor onderzoek in aanmerking komen maakt de commissie daaruit een beargumenteerde keuze; ter bepaling van haar keuze kan de commissie een vooronderzoek laten verrichten.

5.

De commissie stelt jaarlijks zelfstandig, met in achtneming van lid 3 van dit art., voor 1 november een onderzoeksplan vast voor het daaropvolgende jaar en brengt dit ter kennis aan de gemeente raden van de betrokken deelnemers.

6.

De commissie bericht de betreffende gemeenteraad binnen zes weken na ontvangst van de eventuele verzoeken, schriftelijk en gemotiveerd in hoeverre aan het verzoek tot onderzoek genoemd onder lid 3 wordt voldaan.

Artikel 11 Taak en werkwijze commissie

1.

De wijze van werken van de commissie wordt vastgelegd in een door de commissie vast te stellen reglement van orde; het reglement van orde wordt direct na vaststelling ter kennis gebracht aan de raden van de deelnemers.

2.

De commissie stelt voor ieder te onderzoeken onderwerp een onderzoeksopzet vast en formuleert de onderzoeksvragen.

3.

De voorzitter van de commissie is belast met en verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het onderzoek.

4.

Voor de onderzoeksopzet, formulering van de onderzoeksvragen en probleemstellingen en de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, gebruik maken van de hulp van (een) externe onderzoeker (s) .

5.

De vergaderingen van de commissie en de bijeenkomsten waarin personen namens de commissie worden gehoord, zijn niet openbaar, tenzij de commissie, met in achtneming van het belang van de te horen personen, anders beslist.

Artikel 12 Bevoegdheden

1.

De commissie is bevoegd om in het kader van de door haar te verrichten onderzoeken personen op te roepen teneinde door of namens de commissie te worden gehoord. Raadsleden, collegeleden en personen in dienst van de gemeente zijn verplicht aan een oproep gehoor te geven en naar vermogen de gevraagde inlichtingen te verstrekken.

2.

Het in de art.en 183 en 184 van de Gemeentewet ten aanzien van de bevoegdheden van de rekenkamer bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de commissie.

3.

De rekenkamercommissie is bevoegd bij de besturen en of directies van de hierna genoemde organisaties de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van het onderzoek. Het betreft:

  • a.

    openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet Gemeenschappelijke regelingen waaraan een deelnemer deelneemt;

  • b.

    instellingen die een subsidie, lening of garantie van de deelnemer ontvangen;

  • c.

    naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen waarin de deelnemers tenminste 50% van het aandelenkapitaal houdt;

  • d.

    rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en

4.

daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of

5.

krachtens de wet ingestelde heffingen.

6.

De secretaris en de door de commissie ingeschakelde onderzoeker(s) hebben de bevoegdheid alle informatie te verzamelen die de commissie in het belang van het onderzoek nodig acht. Zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en het onderzoek en zijn alleen verantwoording schuldig aan de commissie.

Artikel 13 Jaarverslag en overleg

1.

De commissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden over het voorgaande jaar en stuurt dit ter kennisname naar de gemeenteraden van de deelnemers en de Eilander raad.

2.

Om de communicatie tussen de commissie en de gemeenteraden van de deelnemers te bevorderen wordt tenminste eenmaal per jaar overleg gevoerd tussen de commissie en een vertegenwoordiging van de Eilander raad.

3.

Het overleg als bedoeld in het tweede lid heeft de volgende functies:

  • a.

    Het bespreken van het onderzoeksprogramma;

  • b.

    Het letten op de verhouding tussen de verschillende toetsings- en controle-instrumenten;

  • c.

    Het uitwisselen van verwachtingen en ervaringen.

Artikel 14 Rapportage onderzoeken

1.

Indien het verloop van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de commissie besluiten de raad van een deelnemer dan wel de Eilander raad door middel van een tussenrapportage te informeren betreffende de vorderingen van het onderzoek.

2.

De commissie past ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor toe

  • a.

    De commissie stelt ter verificatie betrokken ambtelijke dienst(en) in de gelegenheid binnen een termijn van maximaal 3 weken te reageren op de concept feitenrapportage van de commissie. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokken worden aangemerkt. Indien daartoe aanleiding is, verwerkt de commissie deze reactie(s) in de feitenrapportage.

  • b.

    De definitieve feitenrapportage aangevuld met conclusies en aanbevelingen wordt aan het Eilander college en/of aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemers, indien deze betrokken zijn bij het onderzoek, voorgelegd om hun zienswijze aan de commissie kenbaar te maken. De commissie verwacht binnen 2 weken een reactie van de betreffende besturen. Deze reactie(s) worden integraal opgenomen in de eindrapportage.

  • c.

    De commissie geeft in het nawoord haar visie op de bestuurlijke reacties. Dit nawoord maakt ook onderdeel uit van de eindrapportage van de commissie.

3.

De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een aangegeven termijn, van maximaal 6 weken hun reacties op het voorlopige onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. De commissie bepaalt wie als betrokkenen worden aangemerkt.

4.

De commissie verwerkt, als daar naar haar mening aanleiding toe is, de uitgebrachte reacties in haar eindrapportage en brengt die rapportage, vergezeld van de uitgebrachte reacties en aanbevelingen, uit aan de betrokken gemeenteraden en/of, dan wel de Eilander raad. Het college van B&W van de deelnemer, dan wel het Eilander College en betrokkenen ontvangen een afschrift van de rapportage. De eindrapportage is openbaar, met in achtneming van het bepaalde in art. 185, eerste lid, van de Gemeentewet. Minderheidsstandpunten van de commissie kunnen daarbij worden weergegeven.

5.

De betrokken gemeenteraad, dan wel de Eilander raad, bespreekt de eindrapportage en de reacties, besluit over de eindrapportage en aanbevelingen en bepaalt wat de voortgang daarbij zal zijn.

6.

De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 15 Vergoedingen

1.

De leden en de voorzitter ontvangen een vaste vergoeding per vergadering, alsmede een vergoeding voor gemaakte voorbereidings- en eventuele onderzoekskosten. Deze vergoeding wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de bij de opstelling van de begroting van het samenwerkingsverband gehanteerde prijsontwikkeling . Deze vergoeding wordt vastgesteld door de Eilander raad. Tevens worden de reiskosten vergoed conform de reiskostenregeling van de gemeente Terschelling. Onkosten en vergoedingen worden op basis van declaraties vergoed.

2.

De in het eerste lid bedoelde kosten worden vergoed uit het budget wat vastgesteld wordt in de Begroting van de Eilander raad voor het samenwerkingsverband De Waddeneilanden , tenzij daarin door de deelnemers op een andere wijze wordt voorzien.

Artikel 16 Onderzoeksbudget

1.

De commissie is bevoegd om binnen een aan haar bij de begroting van De Waddeneilanden beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen voor de uitvoering van haar taken.

2.

Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden kosten gebracht van :

  • a.

    Externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;

  • b.

    Eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

3.

De gemeenteraad van een deelnemer kan aan de commissie een extra budget ter beschikking stellen voor een specifiek eenmalig onderzoek dat door die raad wordt gewenst.

4.

De commissie is voor de besteding van het budget , genoemd in lid 3, uitsluitend verantwoording schuldig aan die betreffende gemeenteraad.

5.

De commissie is voor de besteding van het budget, genoemd in lid 1, verantwoording schuldig aan de Eilander raad.

Artikel 17 Overige bepalingen

In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet of wanneer een art. voor meerdere uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist:

  • a.

    Voor zover het de werkwijze van de commissie betreft: de voorzitter van de commissie;

  • b.

    Voor zover het de bevoegdheden van de commissie betreft:

    • i.

      De gemeenteraad van de deelnemer indien het een onderzoek van die deelnemer betreft op voorstel van het presidium;

    • ii.

      De Eilander raad indien het een onderzoek betreft namens alle deelnemers, op voorstel van de presidia van de deelnemers;

    • iii.

      in naar het oordeel van de commissie spoedeisende gevallen: de commissie waarbij de genomen beslissing als voorlopige voorziening wordt aangemerkt. De voorlopige voorziening wordt in de eerstvolgende raadsvergadering , dan wel de eerstvolgende Eilander raadsvergadering, ter bekrachtiging aan die raad voorgelegd.

Artikel 18 Inwerkingtreding, overgangsbepalingen en evaluatie

1.

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 oktober 2014;

2.

Deze regeling wordt tenminste eenmaal per zittingsperiode van de raden van de deelnemers geëvalueerd.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en wordt aangehaald als de “verordening op de gemeenschappelijke rekenkamercommissie De Waddeneilanden” .