Regeling Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Schiermonnikoog

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding14-06-2005
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreftnieuwe regeling
  • Datum ondertekening14-06-2005
  • Bron bekendmakingDorpsbode, juni 2005
  • Kenmerk voorstelOnbekend

Inleiding

De raad van Schiermonnikoog;

gelezen het voorstel van het seniorenconvent van de gemeenteraad van Schiermonnikoog van 2 juni 2005;

B E S L U I T:

 

 

  • 1.

    het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad  van Schiermonnikoog, vastgesteld op 26 maart 2002, in te trekken.

  • 1.

    een reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Schiermonnikoog vast te stellen conform de bij dit besluit behorende bijlage.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Schiermonnikoog

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;

b amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing,

naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

c subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar

de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop

het betrekking heeft;

d motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een

oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

e voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

f initiatiefvoorstel: een voorstel, ingediend door één of meerdere raadsleden.

Artikel 2 De voorzitter

De voorzitter is belast met:

a het leiden van de vergadering;

b het handhaven van de orde;

c het doen naleven van het reglement van orde;

d hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

Artikel 2a De plaatsvervangend voorzitter

De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter, wanneer laatstgenoemde de betreffende vergadering niet kan bijwonen. Verder kan de raad besluiten, dat de plaatsvervangend voorzitter als zodanig optreedt bij de behandeling van onderwerpen, waarvan de voorzitter portefeuillehouder is.

De plaatsvervangend voorzitter wordt door de raad uit haar midden gekozen.

Artikel 3 De griffier

1 De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.

2 Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een

door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.

3 Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de

beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 3a De secretaris

De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te

laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit

reglement.

Artikel 3b Het seniorenconvent

1 De raad heeft een seniorenconvent.

2 Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De

griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent

aanwezig.

3 De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het seniorenconvent.

4 Elke fractievoorzitter kan een lid van de raad aanwijzen, dat hem bij zijn afwezigheid

in het seniorenconvent vervangt.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties

Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

1 Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande

uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven,

de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de

processen-verbaal van de stembureaus.

2 De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven

verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het

verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

3 Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad

op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld

in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en

belofte af te leggen.

4 In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een

nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin

over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en

belofte af te leggen.

Artikel 5 Fractie

1 De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst

verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als

één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen,

dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

2 Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie

in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de

kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de

raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.

3 De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger

optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4 a Indien:

1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;

wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de

voorzitter.

b Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden

met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling

daarvan.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen

Artikel 6 Vergaderorde

1Iedere maand wordt een vergadering van de raad gehouden, waarvan het eerste deel een

algemeen karakter en het daarop volgende deel een besluitvormend karakter heeft. Daarna worden andere agendapunten in opiniërende zin aan de orde gesteld, die in de volgende vergadering voor het besluitvormende deel worden geagendeerd. In het opiniërende deel van de vergadering worden de agendapunten onderscheiden in punten, waarover in de volgende vergadering nog moet worden beraadslaagd (bespreekstukken) en in

punten, waarover zonder verdere beraadslaging een besluit kan worden genomen ukken).

Het laatste deel heeft weer een algemeen karakter.

2De raad kan besluiten, dat over een onderwerp, dat voor het opiniërende deel van een

vergadering is geagendeerd, in dezelfde vergadering een besluit wordt genomen. Hiermee moeten alle leden van de raad instemmen.

3 De stukken voor de vergaderingen worden elf dagen voor de vergaderingen verzonden.

Artikel 6a Vergaderfrequentie

1 De vergaderingen van de raad vinden plaats op door de raad bepaalde data, vangen

aan om 20.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.

2 De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen

of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake

is van een spoedeisende situatie, overleg in het seniorenconvent.

Artikel 7 Oproep

1 De voorzitter zendt ten minste 11 dagen voor een vergadering de leden van de

raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van

de vergadering.

2 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van

de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken

worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.

3 Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 8, tweede

lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig

mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden

van de raad gezonden.

Artikel 8 Agenda

1 Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het seniorenconvent de

voorlopige agenda van de vergadering vast.

2 In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke

oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende

agenda opstellen.

3 Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van

een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de

agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

4 Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging

voorbereid acht, kan hij aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

5 Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde

van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 8a De wethouder

De wethouders worden voor alle onderdelen van de vergadering uitgenodigd. Bij het besluitvormende deel nemen zij alleen aan de beraadslagingen deel, wanneer zij daartoe door de raad bij monde van de voorzitter worden uitgenodigd.

Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken

1 Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda

dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep

voor de leden van de raad op het gemeentehuis ter inzage gelegd.

Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken

ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden

van de raad.

2 Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis

gebracht.

3 Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de

Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking

van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de

leden van de raad inzage.

Artikel 10 Openbare kennisgeving

1 De vergadering wordt op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke

wijze en zo mogelijk door plaatsing op de internetsite van de gemeente

ter openbare kennis gebracht.

2 De openbare kennisgeving vermeldt:

a de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

b de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de

daarbij behorende stukken kan inzien;

c de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in

artikel 14.

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 11 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de

presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter

en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 12 Zitplaatsen

1 De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats,

door de voorzitter na overleg in het seniorenconvent bij aanvang van iedere

nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

2 Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na

overleg in het seniorenconvent.

3 De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en

overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 13 Opening vergadering; quorum

1 De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan

de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden blijkens de presentielijst

aanwezig is.

2 Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal

leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der

afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming

van artikel 20 van de Gemeentewet.

Artikel 14 Spreekrecht burgers

1 Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige

burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren

over geagendeerde onderwerpen.

2 Het woord kan niet gevoerd worden:

a over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op

de rechter openstaat of heeft opengestaan;

b over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

c indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of

kon worden ingediend.

3 Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24

uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij

zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het

woord wil voeren.

4 De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter

kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de

vergadering.

5 Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt

de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De

voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte

van de spreektijd.

6 De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De

voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van

de inbreng van de burger.

Artikel 15 Primus bij hoofdelijke stemming

Geschrapt

Artikel 16 Notulen

1 De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk,

aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke

oproep. De ontwerp-notulen worden gelijktijdig aan de overige personen die

het woord gevoerd hebben, toegezonden.

2 Bij het begin van de vergadering worden de notulen van de vorige vergadering al of niet gewijzigd.

3 Geschrapt

4 De notulen moeten inhouden:

a de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de

ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren

en overige personen die het woord gevoerd hebben;

b een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

c een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de

namen van de aanwezigen die het woord voerden;

d een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij

hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden,

onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig

de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;

e de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen,

voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

f bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die

personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 door de

raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

5 De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.

6 De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 17 Ingekomen stukken

1 Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het

college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden

van de raad toegezonden en ter inzage gelegd.

2 Na de vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel van de voorzitter de

wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 18 Spreekregels

1 De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats en richten

zich tot de voorzitter.

2 Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad

en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 19 Volgorde sprekers

  • 1.

    De volgorde van de sprekers wordt bepaald door de voorzitter.

  • 2.

    Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van

hem verkregen te hebben.

Artikel 20 Aantal spreektermijnen

1 De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee

termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2 Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

3 Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde

onderwerp of voorstel.

4 Het derde lid is niet van toepassing op:

a de rapporteur van een commissie;

b het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft

ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.

5 Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het

woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 21 Spreektijd

Naast de voorzitter kan een lid van de raad een voorstel doen over de spreektijd van de

leden en de overige aanwezigen.

Artikel 22 Handhaving orde; schorsing

1 Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij

a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te

herinneren;

b een lid hem met toestemming van de voorzitter interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de

spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

2 Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen

veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een

andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort,

wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker,

hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende

de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp

het woord ontzeggen.

3 De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door

hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw

wordt verstoord - de vergadering sluiten.

Artikel 23 Beraadslaging

1 De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen

over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te

beraadslagen.

2 Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de

raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen

teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling

nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode

verstreken is.

Artikel 24 Deelname aan de beraadslaging door anderen

1 De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden

van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen

aan de beraadslaging.

2 Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden

van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan

de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 25 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat,

heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Artikel 26 Beslissing

1 Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is

toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

2 Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele

amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in

zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.

3 Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert

de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen

Artikel 27 Algemene bepalingen over stemming

1 De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming

wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast

dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

2 In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen,

dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming

te hebben onthouden.

3 Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter

daarvan mededeling.

4 Geschrapt

5 Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet

van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te

brengen.

6 De leden brengen hun stem uit door het opsteken van een hand.

7 Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze

vergissing nog herstellen, voordat de voorzitter de uitslag meedeelt.

Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de

uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat

hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen

verandering.

8 De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding

van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij

tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 28 Stemming over amendementen en moties

1 Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst

over dat amendement gestemd.

2 Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst

over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

3 Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig

voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal

worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement

of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

4 Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst

over die motie gestemd.

Artikel 29 Stemming over personen

1 Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of

het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben,

benoemt de voorzitter 2 leden tot stembureau.

2 Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de

Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in

te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

3 Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor

te dragen of aan te bevelen.

De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen

worden samengevat op één briefje.

4 Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is

aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje

in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder

deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

5 Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van

de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden

die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk

ingevuld stembriefje wordt verstaan:

a een blanco ingevuld stembriefje;

b een ondertekend stembriefje;

c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming

verschillende vacatures betreft;

d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft,

op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

e een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die

waartoe de stemming is beperkt.

6 In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op

voorstel van de voorzitter.

7 Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling

van de uitslag vernietigd.

Artikel 30 Herstemming over personen

1 Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft

verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

2 Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid

is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen,

die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.

Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen

verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke

twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

3 Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken,

beslist terstond het lot.

Artikel 31 Beslissing door het lot

1 Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de

beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel

gelijke, briefjes geschreven.

2 Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op

gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

3 Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal.

Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 4 Rechten van leden

Artikel 32 Amendementen

1 Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen

indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een

geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke

besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden

over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst

getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

2 Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement

dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

3 Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te

kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de

voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt,

dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

4 Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat

de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 33 Moties

1 Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.

2 Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk

bij de voorzitter worden ingediend.

3 De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel

vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

4 De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen

onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen

zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 34 Voorstellen van orde

1 De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling

een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

2 Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

3 Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

Artikel 35 Initiatiefvoorstel

1 Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden

schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

2 De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering,

tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste

geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering

geplaatst.

3 De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende

voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel

met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd

voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst

dient te worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het

college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in

welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

4 De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een

voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.

Artikel 35a Collegevoorstel

1 Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan

de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet

worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

2 Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid

voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke

vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 35b Interpellatie

1 Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar

het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor

de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het

verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover

inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

2 De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis

van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de behandeling

van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening

van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt

op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

3 De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden

van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij

de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 36 Schriftelijke vragen

1 Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen

van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven,

of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.

2 De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er

zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden

van de raad en het college worden gebracht.

3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval

binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge

beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien

beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt college de

vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven

wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt

behandeld als een antwoord.

4 De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld.

5 De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in

artikel 17 aan de leden van de raad toegezonden.

6 De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende

raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering,

na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen

nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het

college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 36a Vragenuur

1 Aan het eind van iedere vergadering van de raad is er voor de leden van de

raad een vragenuur.

De vragen moeten voorafgaande aan een vergadering bij de voorzitter worden ingediend.

In bijzondere gevallen kan het seniorenconvent bepalen dat het vragenuur op een ander

tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.

2 Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit

onder aanduiding van het onderwerp en de specifieke vraag tenminste 24 uur voor aanvang van

het vragenuur bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het seniorenconvent

weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te

stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven

of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

3 De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens

het vragenuur aan de orde worden gesteld.

4 De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor

de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.

5 Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of

meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

6 Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het

woord om aanvullende vragen te stellen.

7 Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen

om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen

over hetzelfde onderwerp.

8 Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden

geen interrupties toegelaten.

Artikel 37 Inlichtingen

1 Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de

artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt,

wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.

2 Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift toegezonden

aan de raad.

3 De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende

of in de daarop volgende vergadering gegeven.

4 De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering,

waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

Hoofdstuk 5 Begroting en rekening

Artikel 38 Procedure begroting

Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,

het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een

procedure die de raad vaststelt.

Artikel 39 Procedure jaarrekening

Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en

het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling

van de jaarrekening en van een eventueel bekrachtigingsbesluit volgens een procedure

die de raad vaststelt.

Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties

Artikel 40 Verslag; verantwoording

1 Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die

door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van

een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld

op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in

aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor

het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen

bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking

van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.

2 Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid,

schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen,

vastgesteld in artikel 36a, zijn van overeenkomstige toepassing.

3 Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter

verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig,

besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van

inlichtingen, vastgesteld in artikel 37, zijn van overeenkomstige toepassing.

4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties,

waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Hoofdstuk 7 Besloten vergadering

Artikel 41 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige

toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten

karakter van de vergadering.

Artikel 42 Notulen

1 De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen

uitsluitend voor de leden ter inzage.

2 Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter

vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit

over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde

notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 43 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel

25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken

en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de

geheimhouding op te heffen.

Artikel 44 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede

en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens

is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht

door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering

met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers

Artikel 45 Toehoorders en pers

1 De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de

voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

2 Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren

van de orde is verboden.

Artikel 45a Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel

beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en

gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 46 Verbod gebruik mobiele telefoons

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering

het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere

communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering,

zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 47 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing

van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 48 In werking treden

1 Dit reglement treedt in werking op 14 juni 2005.

2 Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van

de gemeente Schiermonnikoog, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 maart 2002.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de

Gemeenteraad van Schiermonnikoog van 14 juni 2005,

griffier, voorzitter,

S.T. van der Zwaag. L.K. Swart.