Regeling Kapverordening Schiermonnikoog

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 19-09-1992
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 04-04-2011
  • Betreft Onbekend
  • Datum ondertekening 08-09-1992
  • Bron bekendmaking Dockumer Courant, 16 september 1992
  • Kenmerk voorstel Onbekend

Inleiding

De raad van de gemeente Schiermonnikoog;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 augustus 1992 overwegende, dat het gewenst is de kapverordening te herzien;

gelet op de desbetreffende bepalingen van de Gemeentewet en de Boswet;

besluit :

vast te stellen de navolgende "Kapverordening Schiermonnikoog":

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

    • b.

      hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    • c.

      dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;

    • d.

      bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.

  • 2.

    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 2. Kapverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders houtopstand te vellen of te doen vellen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

    • b.

      vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;

    • c.

      fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;

    • f.

      houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20;

    • g.

      houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziekte-

wet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 6.

Artikel 3. Aanvraag vergunning

  • 1.

    De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

  • 2.

    Wanneer de directeur Bos- en Landschapsbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van burgemeester en wethouders een afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwen burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een vergunningaanvraag.

Artikel 4. Vergunning ex lege

De vergunning wordt geacht te zijn verleend, wanneer niet binnen 30 dagen na de aanvraag een beschikking is genomen op de aanvraag voor een vergunning.

Artikel 5. Bijzondere vergunningsvoorschriften

  • 1.

    Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden her- plant.

  • 2.

    Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplan- ting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervan- gen.

Artikel 6. Herplant/instandhoudingsplicht

  • 1.

    Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  • 2.

    Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbe- planting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  • 3.

    Indien hout opstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt be- dreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,

de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

4.Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 7. Schadevergoeding

Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17, juncto artikel 13, vierde lid, van de Boswet.

Artikel 8. Bestrijding iepeziekte

  • 1.

    Dit artikel verstaat onder:

    • a.

      iepeziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.). C. Mo- reau);

    • b.

      iepesp intkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus acolytus (F.) en Scolytusmul- tistriatus (Marsh).

  • 2.

    Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor ver spreiding van de iepeziekte of voor vermeerdering van iepespintke- vers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:

    • a.

      indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

    • b.

      de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;

    • c.

      of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepeziekte wordt voorkomen.

3. a. het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.

  • b.

    het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepehout en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4 cm.

  • c.

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod.

Artikel 9. Relatie bestemmingsplan.

Deze verordening is niet van toepassing op die gevallen, waarin artikel 2, lid f van de voorschriften van "Bestemmingsplan Kom Schiermonnikoog" van toepassing is.

Art 10. Strafbepaling.

Overtreding van deze verordening en de krachtens deze verordening gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 11. Betreden van terreinen.

  • 1.

    Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen desnoods tegen de wil van de rechthebbende of gebruiker te betreden:

    • a.

      aan hen, die en voor zover zij door het bevoegd gezag zijn belast met de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

    • b.

      aan hen, die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

    • c.

      aan de opsporingsambtenaren, die en voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde last is te allen tijde uitvoerbaar.

  • 3.

    Het in het eerste lid bepaalde geldt niet ten aanzien van die ruim ten, waarvan het betreden, buiten het geval van ontdekking op heter daad, voor het opsporen van een strafbaar feit ingevolge het bepaalde in artikel 123 van het Wetboek van Strafvordering niet is toegelaten.

Artikel 12. Slotbepaling.

  • 1.

    Deze verordening, die kan worden aangehaald als "kapverordening Schiermonnikoog", treedt in werking op de derde dag na die, waarop zij is afgekondigd.

  • 2.

    Op dat tijdstip wordt de kapverordening, vastgesteld op 17 november 1980, ingetrokken.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 8 september 1992.

De raad voornoemd,

De wethouder, De burgemeester,