Regeling Bezoldigingsverordening gemeente Schiermonnikoog 2005

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-01-2005
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2016
  • Betreft Onbekend
  • Datum ondertekening 16-11-2004
  • Bron bekendmaking Nieuwsbrief, 2010, 45
  • Kenmerk voorstel Onbekend

Inleiding

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schiermonnikoog;

gezien de bereikte overeenstemming in de Commissie voor Georganiseerd Overleg op

27 september 2004;

gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de CAR/UWO;

gelet op het bepaalde in artikel 160 van de Gemeentewet;

BESLUITEN

vast te stellen de navolgende verordening:

I. Begripsbepalingen

Begripsbepalingen

Artikel 1.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. ambtenaar:

  • 1.

    vervallen;

  • 2.

    de werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de CAR/UWO;

b. salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel b, van de CAR/UWO;

c. uurloon: het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder o van de CAR/UWO;

d. schaal: de schaal, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder a, opgenomen in bijlage IIa van de CAR/UWO;

e. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;

f. bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder c, van de CAR/UWO;

g. betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de CAR/UWO;

h. conversietabel: de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen;

i. volledige betrekking: de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder k, van de CAR/UWO;

j. overwerk: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder l, van de CAR/UWO;

k. functiewaarderingsonderzoek: het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies, met als criterium de relatieve zwaarte van het werk.

l. Eilanderschaal: één salarisschaal welke wordt toegekend boven op de functieschaal. (gevolg opclassificatie van de gemeente Schiermonnikoog uit 1983).

II. Salaris

Recht op salaris

Artikel 2.

1.

Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met ingang van de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

2.

Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

Gebroken tijdvakken

Artikel 3

Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen die maand.

Onvolledige betrekking

Artikel 4.

Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.

Salarisbedragen

Artikel 5.

De salarissen van de ambtenaren van wie het salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage IIa van de CAR/UWO.

Artikel 6.

1.

De toepassing van bijlage IIa van de CAR/UWO vindt plaats conform hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde t/m vijfde lid, van de CAR/UWO.

2.

Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversietabel de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet.

3.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.

4.

Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de CAR/UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.

5.

Burgemeester en wethouders stellen, in overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg, nadere criteria vast ten aanzien van het beoordelen of een ambtenaar voldoet aan de eisen voor functievervulling.

Periodieke verhoging van het salaris

Artikel 7.

  • 1.

    Het salaris van de ambtenaar die voldoet aan de eisen voor functievervulling, wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag.

  • 2.

    De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van 1 januari volgend op zijn aanstelling en nadien telkens na een jaar.

  • 3.

    Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een periodiek verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

  • 4.

    Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR/UWO, zal niet van invloed zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen.

Geen periodieke verhoging

Artikel 8.

  • 1.

    Indien een ambtenaar niet aan de eisen voldoet voor functievervulling, kan op basis van artikel 6 lid 5 worden bepaald, dat voor hem de in artikel 7 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.

  • 2.

    Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.

  • 3.

    Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.

    Salaris bij bevordering naar hogere schaal

Artikel 9.

Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op tenminste het bedrag dat de ambtenaar genoot in de oude schaal, vermeerderd met één periodiek in de oude schaal.

Aanloopschaal

Artikel 10.

  • 1.

    Salariëring vanuit de aanloopschaal vindt plaats, wanneer de ambtenaar:

    • a.

      bij aanstelling nog niet beschikt over voldoende ervaring en/of opleiding en

    • b.

      bij het uitoefenen van de functie nog niet volledig voldoet aan de eisen voor functievervulling.

  • 2.

    De overgang van aanloopschaal naar (middels functiewaardering toegekende) functieschaal, moet in ieder geval en kan zo mogelijk eerder plaatsvinden, wanneer de ambtenaar een functie bekleedt op het niveau van :

    • a.

      Hoofdgroep I of II en 1 jaar in de aanloopschaal is ingedeeld;

    • b.

      Hoofdgroep III of VI en 2 jaar in de aanloopschaal is ingedeeld.

Functieschaal

Artikel 10a.

Onder de functieschaal wordt verstaan de functiewaarderingsschaal.

Uitloopschaal

Artikel 11.

  • 1.

    Salariëring vanuit de uitloopschaal vindt plaats vanaf de eerste van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt, mits hij voldoet aan de voor de functievervulling gestelde eisen.

  • 2.

    Het gestelde in lid 1 is niet van toepassing op functies met de functieschaal niveau 11. Voor deze ambtenaar geldt, dat onder de in lid 1 gestelde voorwaarde, betrokken uitloopmogelijkheid heeft van twee uitloopperiodieken, ter grootte van elk één regel.

  • 3.

    Voor de ambtenaar, die een functie bekleedt waarop de bovengenoemde functieschaal van toepassing is, geldt het volgende:

    Vanaf de eerste van de maand, waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt, wordt aan betrokkene een uitlooptoelage toegekend van twee salarisanciënniteiten ter grootte van elk één regel, zoals bedoeld in de CAR en de UWO deel 2 (bijlage), (elk jaar één regel).

III. Instrumenten van flexibele beloning

Extra periodieke verhoging van het salaris

Artikel 12.

1.

Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van het feit dat de betrokken ambtenaar in ruime mate voldoet aan de eisen voor functievervulling.

2.

Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.

Gratificatie

Artikel 13.

Indien een ambtenaar zich in een tijdelijke bijzondere situatie extra heeft ingezet, kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de CAR/UWO worden toegekend.

Groepsgratificatie

Artikel 14.

Aan een groep ambtenaren die zich in een tijdelijke bijzondere situatie extra heeft ingezet, kan een groepsgratificatie worden toegekend.

Tijdelijke persoonlijke toelage

Artikel 15.

Aan een ambtenaar die gedurende meerdere jaren in ruime mate heeft voldaan aan de eisen voor functievervulling, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend.

Persoonlijke toelage na bereiken maximum functionele schaal

Artikel 16.

1.

Aan een ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende schaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de CAR/UWO worden toegekend, indien betrokkene gedurende meerdere jaren in ruime mate heeft voldaan aan de eisen voor functievervulling.

2.

De in het lid 1 bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Arbeidsmarkttoelage

Artikel 17.

1.

Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden toegekend.

2.

De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak dat van tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.

3.

De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden toegekend, met inachtneming van het gestelde in lid 2 van dit artikel.

Nadere regels instrumenten flexibele beloning

Artikel 18.

Burgemeester en wethouders stellen, in overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg, nadere regels vast omtrent de toepassing en de hoogte van instrumenten van

flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 17.

Geen afbouwregeling

Artikel 19.

Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 17 wordt geen afbouwregeling toegepast.

IV Overige toelagen en vergoedingen

Waarnemingstoelage

Artikel 20.

Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de CAR/UWO.

Overwerkvergoeding

Artikel 21.

Aan de ambtenaar wordt in geval van overwerk een overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2 en artikel 3:2:1 van de CAR/UWO.

Toelage onregelmatige dienst

Artikel 22.

1.

Aan de ambtenaar voor wie de werktijden zijn vastgesteld conform artikel 3:3 van de CAR/UWO wordt een toelage toegekend op grond van dit artikel.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een regeling treffen die het bepaalde in het vorige lid aanvult of daarvan afwijkt.

Toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst

Artikel 23.

Aan de ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2 van de CAR/UWO ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en wethouders zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend.

Inconveniëntentoelage

Artikel 24.

Aan de ambtenaar van wie de functie is ingedeeld in de salarisschalen 3 en 4 en waarbij sprake is van bezwarende omstandigheden wordt een toelage toegekend.

Nadere regels toelage

Artikel 25.

De regelingen met betrekking tot de toelagen genoemd in de artikelen 22, 23 en 24 worden door burgemeester en wethouders vastgesteld in overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg.

Afbouwtoelage

Artikel 26.

1.

Voor de ambtenaar van wie de bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage - als bedoeld in artikel 22, 23 en 24 - een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een regeling getroffen.

2.

Burgemeester en wethouders stellen, in overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg, voor de uitvoering van de regeling genoemd onder artikel 1 nadere regels vast.

V Overige bepalingen

Onvoorziene gevallen

Artikel 27.

Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling. Daarvan wordt mededeling gedaan aan de Commissie voor het Georganiseerd Overleg.

Slotbepalingen

Artikel 28.

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005 en kan worden aangehaald als “ Bezoldigingsverordening gemeente Schiermonnikoog 2005”.

  • 2.

    De “Bezoldigingsverordening gemeente Schiermonnikoog 1986”, zoals vastgesteld op 19 augustus 1986 en zoals sindsdien gewijzigd, wordt hiermee ingetrokken.