Regeling Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK2) gemeente Schiermonnikoog

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 27-05-2021
  • Terugwerkende kracht t/m 01-01-2021
  • Datum uitwerking-treding 01-07-2021
  • Betreft Vervangende regeling
  • Datum ondertekening 18-05-2021
  • Bron bekendmaking gmb-2021-162774
  • Kenmerk voorstel Onbekend.

Inleiding

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog,

gelet op: titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 Participatiewet;

overwegende dat: het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een burger in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK) en het daarom wenselijk is voor dit doel aparte, tijdelijke, beleidsregels vast te stellen;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Participatiewet;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog;

  • c.

    noodzakelijke woonlasten: de kosten zoals bedoeld in artikel 7;

  • d.

    inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 8;

  • e.

    woonquote: het procentuele deel van het inkomen dat uit woonlasten bestaat. Het percentage van de woonquote wordt als volgt berekend: (A x 100)/ B, waarbij;

    A = de noodzakelijke woonlasten;

    B = het inkomen in de maand januari 2021;

  • f.

    inkomensterugval: de terugval in inkomen vanwege de coronacrisis, van meer dan 30%. Het percentage van de inkomensterugval wordt als volgt berekend: (A-B)/A x 100%, waarbij:

    A = inkomen in de maand januari 2020;

    B = het inkomen in de maand januari 2021;

  • g.

    huishouden: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 onderdeel a, b, of c van de wet;

  • h.

    inwoner: een belanghebbende die zijn woonplaats als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, in de gemeente Schiermonnikoog heeft.

Artikel 2 Doelgroep

Een tegemoetkoming TONK is bedoeld voor huishoudens:

  • a.

    die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke inkomensterugval;

  • b.

    die daardoor noodzakelijke woonlasten niet meer kunnen voldoen, en

  • c.

    waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.

Artikel 3 Voorwaarden

  • 1.

    Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de inwoner als:

    • a.

      sprake is van een inkomensterugval van meer dan 30%, en

    • b.

      de noodzakelijke woonkosten ten minste 40% bedragen van het inkomen in de maand januari 2021.

  • 2.

    Er kan volstaan worden met een verklaring van de inwoner dat de inkomensterugval het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19).

  • 3.

    Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de inwoner op de dag van aanvraag woonkostentoeslag of huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag (Wht) ontvangt.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag voor de tegemoetkoming kan worden aangevraagd middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Inwoner overlegt bij de aanvraag (kopieën) van:

    • a.

      een legitimatiebewijs;

    • b.

      bewijzen van het inkomen van de maand januari 2020 en januari 2021;

    • c.

      bewijzen van de noodzakelijke woonlasten van de maand januari 2021;

    • d.

      een verklaring waaruit blijkt dat de inkomensterugval het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19).

  • 3.

    Het tweede lid is ook van toepassing op een eventuele partner die tot het huishouden van de inwoner behoort.

  • 4.

    Als de maanden zoals bedoeld onder lid 2 onderdeel b niet representatief zijn om de inkomensterugval te kunnen vaststellen, ligt het op de weg van aanvrager om het college hier genoegzaam van te overtuigen.

  • 5.

    Een aanvraag tegemoetkoming TONK moet uiterlijk op 30 juni 2021 door het college zijn ontvangen.

  • 6.

    Het college kan de inwoner vragen om de besteding en het recht op de tegemoetkoming te verantwoorden. Hiertoe dient de inwoner tot 1 juli 2022, betalingsbewijzen te bewaren en deze op verzoek aan het college over te leggen.

Artikel 5 Duur en vorm

  • 1.

    De tegemoetkoming wordt verstrekt voor ten hoogste de periode van 1 januari tot 1 juli 2021.

  • 2.

    De tegemoetkoming TONK wordt verleend om niet.

Artikel 6 Hoogte eenmalige tegemoetkoming

De eenmalige tegemoetkoming per huishouden op basis van deze beleidsregel, bedraagt over de gehele periode:

  • a.

    € 750,- bij een woonquote van 40% tot 50%;

  • b.

    € 1.500,- bij een woonquote van 50% tot 60%;

  • c.

    € 2.250,- bij een woonquote van 60% tot 70%;

  • d.

    € 3.000,- bij een woonquote van 70% en hoger.

Artikel 7 Noodzakelijke woonlasten

De tegemoetkoming TONK is een tegemoetkoming in de kosten van:

  • a.

    huur van een door de inwoner bewoonde (privé)woning; of

  • b.

    rente en aflossing in verband met een voor de financiering van de door de inwoner bewoonde (privé)woning afgesloten hypotheek.

Artikel 8 Inkomen

Onder inkomen wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    inkomen uit arbeid;

  • b.

    inkomen uit een uitkering;

  • c.

    inkomen uit onderneming;

  • d.

    inkomen uit verhuur;

  • e.

    inkomen uit partneralimentatie.

Artikel 9 Vermogen

Bij het bepalen van het recht op een tegemoetkoming vindt geen vermogenstoets plaats.

Artikel 10 Afzien opleggen verhuisverplichting

Het college legt aan de inwoner die op basis van deze beleidsregel in aanmerking komt voor de tegemoetkoming TONK, geen verhuisverplichting op.

Artikel 11 Uitbetaling

  • 1.

    Betaling vindt plaats op een bankrekening ten name van de inwoner of zijn partner.

  • 2.

    Betaling vindt volledig plaats na toekenning.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Als de inwoner niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming TONK kan het college, gelet op alle omstandigheden waaronder een terugval in inkomen van de inwoner als gevolg van de coronacrisis, in het individuele geval beoordelen of de inwoner in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een tegemoetkoming TONK, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken.

Artikel 13 Inwerkingtreding, duur beleidsregels en toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking na bekendmaking en met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2021, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten gemeente Schiermonnikoog, vastgesteld bij besluit van 23 maart 2021.

  • 2.

    Deze beleidsregels vervallen op 1 juli 2021.

  • 3.

    Hoofdstuk 4 van de ‘Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 gemeente Schiermonnikoog zijn niet van toepassing voor een aanvraag voor een tegemoetkoming TONK.

Artikel 14 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten gemeente Schiermonnikoog.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog in de vergadering van 18 mei 2021.

I. van Gent, burgemeester

R. Thedinga, secretaris

Toelichting op beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke lasten (TONK2)

Algemeen

De TONK is een tijdelijke tegemoetkoming in noodzakelijke kosten. Deze tegemoetkoming is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor de noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. Het gaat hierbij om een vergoeding voor daadwerkelijke noodzakelijke kosten, niet om een inkomensondersteunende regeling . De tijdelijke noodmaatregel TONK geldt van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

In deze periode wordt een ruimere toegang tot het instrument van de bijzondere bijstand geboden. Op grond van de Participatiewet kan door de gemeente in individuele gevallen bijzondere bijstand verstrekt worden als het door bijzondere omstandigheden niet meer mogelijk is om de noodzakelijke kosten te betalen (artikel 35 lid 1 Participatiewet). Gemeenten hebben daarbij eigen beleidsvrijheid. Er worden voor de tegemoetkoming TONK géén nadere centrale regels vastgesteld. Het is aan gemeenten om in voorkomende individuele gevallen, ruimhartiger om te gaan met draagkracht dan de gemeentelijke richtlijnen in “niet coronatijd” voorschrijven.

Aangezien de TONK is gegoten in de vorm van bijzondere bijstand, blijft de systematiek van de bijstand gelden. Dit betekent dat voldaan moet worden aan de algemene regels voor bijzondere bijstandsverlening, en dat alleen sprake is van een verruiming ten opzichte van de Participatiewet en de reguliere beleidsregels bijzondere bijstand. Dat de systematiek van de Participatiewet geldt, impliceert ook dat gehuwden slechts een gezamenlijk recht op een tegemoetkoming TONK hebben.

Inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht geldt voor de TONK onverkort (artikel 17 Participatiewet). Dat betekent dat de aanvrager elke wijziging die van invloed is of kan zijn op het recht op of de hoogte van de tegemoetkoming moet doorgeven. Het is belangrijk om hier helder over te communiceren bij de aanvraag, omdat het vaak zal gaan om mensen die geen bijstand ontvangen en dus niet bekend zijn met de regels.

Als achteraf blijkt dat op basis van onjuiste informatie ten onrechte of tot een te hoog bedrag bijstand is verstrekt, dan gaat het college over tot terugvordering.

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die een nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.

Artikel 1 - Begripsbepalingen

Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze beleidsregels. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze beleidsregels.

Inkomensterugval

De inkomensterugval is de terugval in inkomen wegens de coronacrisis. Een inwoner moet aantonen dat zijn inkomen is verminderd vanwege de coronacrisis. Het percentage van de inkomensterugval wordt als volgt berekend: (A-B)/A x 100%, waarbij:

A = inkomen voor de coronacrisis;

B = het huidige inkomen;

Regeling informatie

Voorbeeld

A = inkomen voor de coronacrisis € 4000,-

B = het huidige inkomen € 1000,-

Dan bedraagt de inkomensterugval (4000-1000 = 3000) / 4000 = 0,75. Dit vermenigvuldigd met 100% levert een inkomensterugval van 75% op.

Woonquote

De woonquote is het procentuele deel van het inkomen dat uit woonlasten bestaat. Het percentage van de woonquote wordt als volgt berekend: (A x 100)/ B, waarbij:

A = de noodzakelijke woonlasten;

B = het inkomen in de maand januari 2021;

Regeling informatie

Voorbeeld

A = de noodzakelijke woonlasten € 900,-

B = inkomen in januari 2021 € 1600,-

Dan bedraagt de woonquote:

(900x100) / 1600 = een woonquote van 56,25%.

Inwoner

Een belanghebbende heeft recht jegens het college van de gemeente waar hij zijn woonplaats heeft (artikel 40, eerste lid, van de wet). Hiermee is rekening gehouden met de definitie van het begrip inwoner.

Artikel 2 - Doelgroep

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 3 - Voorwaarden

Een tegemoetkoming TONK is bedoeld voor huishoudens:

• die door de huidige omstandigheden als gevolg van het coronavirus te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen,

• die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer kunnen voldoen, en

• waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende uitkomst bieden.

Het college heeft - hiermee rekening houdend – in artikel 3 voorwaarden opgesteld waaronder recht bestaat op een tegemoetkoming TONK.

Voorwaarden uit de Participatiewet

De tegemoetkoming TONK is gebaseerd op artikel 35 Participatiewet. Dit betekent dat een belanghebbende moet behoren tot de kring van rechthebbenden. Zo moeten de kosten zijn verbonden aan Nederland en de belanghebbende moet een Nederlander zijn of een daaraan gelijkgestelde vreemdeling (artikel 11 Participatiewet). Ook mag een belanghebbende niet zijn uitgesloten van het recht op bijstand (artikel 13 Participatiewet). Het college kan geen tegemoetkoming TONK verstrekken als een inwoner een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doel geacht wordt passend en toereikend te zijn (artikel 15 Participatiewet). Er kan samenloop zijn met andere regelingen uit het steun- en herstelpakket van het Rijk zoals de Tozo. Een inwoner die Tozo-uitkering ontvangt is niet bij voorbaat uitgesloten voor de tegemoetkoming TONK.

De Wet op de huurtoeslag is volgens deze beleidsregels aan te merken als een passende en toereikende voorliggende voorziening voor de kosten van een huurwoning, als er op de dag van aanvraag gebruik van wordt gemaakt. Dit geldt ook voor woonkostentoeslag op grond van de ‘Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020’.

Let op! Een vergoeding op basis van de TVL of NOW wordt niet beschouwd als een voorliggende voorziening voor de kosten waarin de tegemoetkoming TONK voorziet.

Wanneer is vastgesteld dat de aanvrager tot de kring van rechthebbende behoort, dan moet worden getoetst aan de voorwaarden van artikel 35 Participatiewet. Het college moet bij een aanvraag om een tegemoetkoming TONK, net als bij een aanvraag om bijzondere bijstand, altijd de volgende 4 vragen in een dwingende volgorde te beantwoorden om vast te stellen of recht bestaat op bijzondere bijstand:

  • 1.

    Doen de kosten zich voor? Zie artikel 7 op welke kosten de tegemoetkoming TONK betrekking heeft. We gaan er vanuit dat vanwege de hoge woonlasten er ook problemen ontstaan bij de betaling van andere vaste lasten. Door het verstrekken van de tegemoetkoming ontstaat ruimte om ook andere lasten te kunnen blijven te voldoen. Er wordt daarom niet te streng getoetst of de woonlasten wel of niet (deels) zijn betaald. Zo ja, beoordeel dan vraag 2. Zo nee, wijs de aanvraag af.

  • 2.

    Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? De tegemoetkoming TONK voorziet alleen in de kosten van een door de aanvrager zelf bewoonde woning. Alleen die kosten worden gezien als noodzakelijk. Zo ja, beoordeel dan vraag 3. Zo nee, wijs de aanvraag af.

  • 3.

    Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden? De aanvrager zal moeten verklaren en onderbouwden dat de terugval in inkomen het gevolg is van de coronacrisis. Zo ja, beoordeel dan vraag 4, zo nee wijs de aanvraag af.

  • 4.

    Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm? Zo nee, wijs de aanvraag toe. Zo ja, wijs de aanvraag af.

Voorwaarden uit beleidsregels

Een inwoner heeft recht op een tegemoetkoming TONK als er sprake is van een terugval in inkomen van meer dan 30%. Ook wordt beoordeeld of de inwoner deze kosten niet zelf kan dragen. Dit is het geval als de noodzakelijke kosten waarvoor een tegemoetkoming TONK kan worden verstrekt ten minste 40% van het inkomen bedragen.

Kortweg zijn de voorwaarden dus:

• een terugval in inkomen van meer dan 30% door de coronacrisis;

• woonkosten bedragen ten minste 40% van het inkomen.

De hoogte van het huidige inkomen staat dus op zichzelf niet in de weg aan recht op een tegemoetkoming TONK, zolang maar voldaan is aan bovengenoemde voorwaarden.

Regeling informatie

Voorbeeld:

 Een inwoner met een inkomen van € 3000,- voor de coronacrisis en een huidig inkomen van € 1200,- en woonkostenvan € 800,- voldoet aan de voorwaarden voor een tegemoetkoming TONK. De terugval in inkomsten is immers groter dan 30%. De woonkosten bedragen meer dan 40% van het inkomen in de maand januari 2021.

Artikel 4 - Aanvraag

In dit artikel is neergelegd op welke wijze de aanvraag moet worden ingediend (eerste lid). Ook is bepaald welke stukken de aanvrager moet verstrekken bij de aanvraag (tweede lid).

Als de peilmaand waaraan het inkomen wordt getoetst tot een onredelijke uitsluiting leidt, kan worden besloten om de peilmaand te verleggen of kan een gemiddelde genomen worden van meerdere maanden. Als de maanden (zoals bedoeld onder lid 2 onderdeel b) niet representatief zijn om de inkomensterugval te kunnen vaststellen, dient de aanvrager hiervan een voldoende te onderbouwing te geven. Voorbeelden zijn:

  • Ondernemers die in de maand januari 2020 een slechte omzet draaien waar dat gebruikelijk is na de december maand.

  • Er eenmalig in de maand januari 2021 inkomen is ontvangen, waardoor er geen sprake is van een inkomensterugval als er getoetst wordt aan de peilmaand.

Een aanvraag tegemoetkoming TONK moet uiterlijk op 30 juni 2021 door het college zijn ontvangen (vierde lid). Dat is immers de laatste dag van de periode waarop de TONK geldt. Met ingang van 1 juli 2021 worden deze (tijdelijke) beleidsregels in principe ingetrokken.

Na afloop van de TONK-regeling, kan steekproefsgewijs een aantal verstrekkingen gecontroleerd worden (zesde lid). De inwoner zal daarom tot 1 juli 2022 op verzoek van het college bewijsstukken van de besteding van de tegemoetkoming moeten kunnen overleggen. Het college bepaalt de omvang van deze steekproef. Wanneer de inwoner dit niet of niet volledig aan kan tonen, kan het college de tegemoetkoming geheel of deels terugvorderen.

Artikel 5 - Duur en vorm

Duur

De TONK geldt van 1 januari tot 1 juli 2021. Met de verstrekking van de tegemoetkoming wordt hierbij aangesloten. Het artikel spreekt over ten hoogste omdat vanwege een latere aanvraag of het niet (over de gehele periode) voldoen aan de voorwaarden ervoor kan zorgen dat er voor een kortere duur recht op een tegemoetkoming TONK kan bestaan.

Vorm

Het uitgangspunt is dat de tegemoetkoming TONK om niet verstrekt wordt. Dit betekent dat belanghebbende de tegemoetkoming niet hoeft terug te betalen.

Artikel 6 - Hoogte eenmalige tegemoetkoming

De eenmalige tegemoetkoming op basis van de beleidsregel is afhankelijk van de het percentage dat de noodzakelijke woonkosten deel uitmaakt van het inkomen. Er is onderscheid gemaakt in verschillende percentages. De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van de hoogte van de woonquote. De tegemoetkoming bedraagt per huishouden over de gehele periode (6 maanden):

  • a.

    € 750,- (€ 125,- per maand) bij een woonquote van 40% tot 50%;

  • b.

    € 1.500,- (€ 250,- per maand) bij een woonquote van 50% tot 60%;

  • c.

    € 2.250,- (€ 375,- per maand) bij een woonquote van 60% tot 70%;

  • d.

    € 3.000,- (€ 500,- per maand) bij een woonquote van 70% en hoger.

Artikel 7 – Noodzakelijke woonlasten

Het kabinet heeft bij de invoering van de TONK gedacht aan huishoudens die in problemen raken met de betaling van noodzakelijke kosten, waaronder woonkosten. Het college heeft besloten een tegemoetkoming te verstrekken voor de kosten van:

  • a.

    huur van een woning; of

  • b.

    rente en aflossing in verband met een voor de financiering van de woning afgesloten hypotheek.

De tegemoetkoming TONK voorziet alleen in deze kosten voor zover het gaat om een door de aanvrager bewoonde woning. Het gaat dan om de woning waar belanghebbende hoofdverblijf heeft. De tegemoetkoming TONK voorziet niet in de kosten van een tweede woning of een zakelijk pand.

Kosten van huur

Met betrekking tot de kosten van huur van de woning gaat het niet om de kale huur maar om de all-in prijs. Dit betekent dat eventuele servicekosten in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. Hiervoor kiest het college in verband met een eenvoudige uitvoering van de TONK.

Indien er kosten voor energie (GWL) worden gerekend in de all-in prijs, dan wordt daar een fortfair bedrag ter hoogte van € 143,- per maand op in mindering gebracht. Dit is de gemiddelde kosten voor gas- en stroomgebruik volgens de NIBUD Prijzengids 2020-2021. Dit vanuit het oogpunt dat volgens deze beleidsregels de energielasten geen deel uitmaken van de noodzakelijke woonlasten.

Artikel 8 - Inkomen

Het volledige inkomen waarover een inwoner redelijkerwijs kan beschikken als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet wordt in aanmerking genomen.

Bij het in aanmerking te nemen inkomen kan in ieder geval worden gedacht aan:

a. inkomen uit arbeid;

b. inkomen uit de eigen onderneming;

c. inkomen uit een uitkering;

d. inkomen uit verhuur; en

e. inkomen uit partneralimentatie.

Er is voor gekozen om kinderalimentatie niet mee te rekenen als inkomen. Deze inkomsten zijn bestemd voor kosten die betrekking hebben op het kind. Huishoudens met kinderen willen we hiermee ontlasten.

Inkomen voor zelfstandigen

Het inkomen moet worden berekend over de maanden januari 2020 en januari 2021. Dit geldt ook voor zelfstandigen. Voor zelfstandigen kan dit inkomen worden berekend zoals conform de regels van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. Het inkomen uit het bedrijf of zelfstandig beroep dat in aanmerking wordt genomen voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers betreft de netto beloning van de zelfstandige. Hierbij gaat het om het bedrag van de omzet (factuurbedrag) minus omzetbelasting, minus zakelijke kosten en minus het forfaitair percentage als bedoeld in artikel 6 lid 2 Tozo.

Regeling informatie

Voorbeeld:

Artikel 9 - Vermogen

Bij het bepalen van het recht op een tegemoetkoming vindt geen vermogenstoets plaats.

Artikel 10 - Afzien opleggen verhuisverplichting

Het college legt geen verhuisverplichting op bij de verstrekking van een tegemoetkoming TONK. Dit past immers niet bij het doel van deze tijdelijke tegemoetkoming in verband met de coronacrisis.

Artikel 11 - Uitbetaling

In dit artikel is de betaling van de tegemoetkoming TONK geregeld.

Artikel 12 - Hardheidsclausule

Als de inwoner niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming TONK kan het college, gelet op alle omstandigheden waaronder een terugval in inkomen van de inwoner als gevolg van de coronacrisis, in het individuele geval beoordelen of de inwoner in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een tegemoetkoming TONK, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken.

Artikel 13 – Inwerkingtreding, duur beleidsregels en toepassingsbereik

De TONK geldt voorlopig van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. Hiermee is rekening gehouden bij de inwerkintreding met terugwerkende kracht van deze beleidsregels en de intrekking ervan per 1 juli 2021.

Toepassingsbereik reguliere beleidsregels bijzondere bijstand

In verband met de tegemoetkoming TONK is het nodig om af te wijken van de huidige Beleidsregels bijzondere bijstand. Daarom is bepaald dat hoofdstuk 4 van de Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 niet van toepassing zijn bij een aanvraag voor een tegemoetkoming TONK.

Artikel 14 - Citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.