Regeling Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2020

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-01-2020
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats
  • Datum ondertekening 17-12-2019
  • Bron bekendmaking gmb-2019-314426
  • Kenmerk voorstel Onbekend.

Inleiding

De raad van de gemeente Schiermonnikoog;

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 3 december 2019;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening: “ Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2020.”

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats aan het Ds. H.W. Hundlingiuspad;

b. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1. het doen begraven en begraven houden van lijken;

2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

3. het doen verstrooien van as;

c. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

2. het doen verstrooien van as

d. particuliere urnennis: een nis in de urnenmuur waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

e. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

f. asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

g. particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het recht tot gebruik is verleend om overledenen te gedenken;

h. grafbedekking: gedenkteken, grafsteen, zerk op een graf, gedenkplaats of urnengraf;

i. grafbeplanting: beplanting welke door de rechthebbende, gebruiker en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht;

j. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die deze vervangt;

k. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere urnennis;

l. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik is verleend op een particuliere gedenkplaats;

m. urnenmuur: een op de begraafplaats aanwezige muur met nissen waarin een asbus met of zonder urn kan worden geplaatst.

Artikel 2 Uitbreiding begrip particulier graf

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt voor zover van belang onder 'particulier graf’ mede verstaan: particuliere urnennis en particulier urnengraf.

Hoofdstuk II Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3 Openstelling begraafplaats

1. De begraafplaats is dagelijks toegankelijk.

2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

3. De begraafplaats is gedurende de dagdelen dat werkzaamheden in verband met het delven en dichten van graven worden verricht gesloten.

Artikel 4 Ordemaatregelen

1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

2. De beheerder kan toestemming verlenen om de werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip uit te voeren.

3. Wanneer op het gewenste tijdstip een uitvaartplechtigheid of andere plechtigheid plaatsvindt, kan de beheerder de uitvoering van de werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip verbieden. Hij doet dit met de mededeling van het tijdstip waarop de werkzaamheden wel kunnen worden uitgevoerd.

4. Het is verboden op de begraafplaats te fietsen, rijwielen aan de hand mee te voeren of rijwielen te stallen anders dan direct voor tijdens en direct na kerkdiensten. Recreëren, in welke zin dan ook, is op de begraafplaats verboden. Huisdieren mogen alleen aangelijnd meegenomen worden waarbij het verboden is dieren hier hun behoefte te laten doen. Verder dient men de begraafplaats te allen tijde met gepaste eerbied te betreden.

5. Het is niet toegestaan, anders dan met toestemming van de beheerder, voor groepen de begraafplaats te bezoeken buiten reguliere begrafenissen om.

6. Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel bedoelde verboden.

Artikel 5 Plechtigheden

1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf werkdagen tevoren worden gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden, worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

3. Degenen die zich niet aan de in het tweede lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

Het delven van graven, het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf; alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de gemeente Schiermonnikoog op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

Artikel 8 Over te leggen stukken

1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.

2. Door de rechthebbende, of door degene die in de uitvaart voorziet, dient een ondertekende machtiging te worden overlegd aan de beheerder voor de begraving of de bezorging van as in een particulier graf.

3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 12, tweede lid.

4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

5. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging

1. De tijden van begraven en het bezorgen van as zijn: - op werkdagen van 9.00 tot 16.30 uur; - op zaterdag van 10.00 tot 16.30 uur.

2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte van de graven en urnennissen

Artikel 10 De bestemming van de begraafplaats

1. De begraafplaats is bestemd voor het begraven van lijken of het bijzetten van asbussen van personen die op Schiermonnikoog woonachtig zijn, of hier minstens vijf jaar aaneengesloten hebben gewoond of voor personen wiens ouders ten tijde van hun geboorte hier woonachtig waren.

2. In bijzondere gevallen kan het college toestemming geven voor de begraving of bijzetting van asbussen van anderen, dan bedoeld in lid 1.

Artikel 11 Indeling graven en asbezorging, grafkisten

1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: a. particuliere graven; b. particuliere urnengraven; c. particuliere urnennissen en d. particuliere gedenkplaatsen.

2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er in de particuliere graven kunnen plaatshebben. Zij bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven alsmede die van de grafkisten.

Artikel 12 Termijnen particuliere graven

1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particulier graf is uitgegeven.

2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

3. Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.

4. Het recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 10, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Artikel 13 Overschrijving van verleende rechten

1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

3. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

4. Indien na het overlijden van de rechthebbende het schriftelijk verzoek tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

5. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 14 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk V Grafbedekkingen

Artikel 15 Vergunning grafbedekking

1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

2. De rechthebbende van een particulier graf of de gebruiker van een gedenkplaats vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

3. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vaststellen.

4. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.

5. Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 16 Verwijdering grafbedekking

1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte door het college worden verwijderd.

2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd, per brief aan de rechthebbende of gebruiker bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende of gebruiker bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende drie maanden ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 14 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.

4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: a. geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken; b. de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald. Dit zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 17 Onderhoud door de gemeente

Het college voorziet in het bladvrij houden van de begraafplaats en de grafmonumenten. Daarnaast draagt zij zorg voor het gazon, de winterharde beplanting (bomen en hagen, niet zijnde grafbeplanting), de urnenmuur, paden en de grafnummering.

Artikel 18 Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker

1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of gebruiker.

2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

3. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende of gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de gebruiker behoorlijk per schriftelijke verklaring is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is.

5. Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

Artikel 19 Grafbeplanting en voorwerpen op het graf

1. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoe omgegaan mag worden met grafbeplanting.

2. Meerjarige planten zijn toegestaan als grafbeplanting onder voorwaarden, zoals aangegeven in de nader vast te stellen regels. Grafbeplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

3. Van de door de beheerder te verwijderen voorwerpen worden linten, siervazen en dergelijke gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende.

Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 20 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

1. Het voornemen van het college om een graf of nis te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door bekendmaking op het mededelingenbord en door middel van een bij het te ruimen graf of de nis te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende aan hen bekend is. In dat geval deelt zij schriftelijk mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken.

2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven. De as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.

3. De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk VII Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 21 Lijst

1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk VIII Inrichting register

Artikel 22 Voorschriften

1. Het college kan voorschriften vaststellen voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.

2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk IX Slotbepalingen

Artikel 23 Intrekking oude regeling

De "Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007", vastgesteld op 11 september 2007, wordt ingetrokken.

Artikel 24 Overgangsbepaling

1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de "Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007" gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de "Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007" is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 25 Strafbepaling

1. Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4, 5, 9, 16, 18 en 19 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

2. Overtreding van artikel 4 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 26 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag waarop zij is afgekondigd.

Artikel 27 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2020.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 17 december 2019.

, voorzitter (I. van Gent).

, griffier (M. van der Meer).

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.

b. Een particulier graf werd in de oude verordening aangeduid als ‘eigen’ graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ of ‘koopgraf’ nog altijd gebezigd. In deze verordening wordt de terminologie van de Wet op de lijkbezorging gevolgd. In artikel 23, lid 2 van de Wet op de lijkbezorging is een particulier graf omschreven als een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd, waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven.

De mogelijkheid wordt geboden een asbus met of zonder urn bij te zetten. Dat laatste kan ook in de vorm van een verstrooiing in het particuliere graf. In artikel 11 (indeling graven en asbezorging, grafkisten) van deze verordening en in het uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen zijn nadere regels opgenomen.

g. Een particuliere gedenkplaats is een graf waar overleden herdacht kunnen worden. Het is niet de bedoeling dat in een dergelijk graf begraven, as bijgezet of verstrooid wordt.

Artikel 2 Uitbreiding begrip particulier graf

Voor een particulier graf en een particuliere urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden 'voor zover van belang' zijn ingevoegd omdat de bepalingen betreffende het ruimen en het wegnemen van een asbus alleen werken bij een particulier graf, respectievelijk particuliere urnennis. Een particuliere gedenkplaats staat hiermee niet gelijk vanwege het feit dat hier niet begraven, verstrooid of bijgezet wordt.

Hoofdstuk II Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3 Openstelling begraafplaats

De begraafplaats is in principe altijd toegankelijk. Alleen voor werkzaamheden waarbij geen toeschouwers zijn toegestaan wordt de begraafplaats tijdelijk gesloten. Zie ook artikel 6.

Artikel 4 Ordemaatregelen

Lid 1, 2 en 3: deze leden van artikel 4 bevatten gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. Overtreding van de gedragsregels is strafbaar gesteld in artikel 27 van de verordening. De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal opmaken.

Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven. Daarom heeft het college het verlenen van die toestemming onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder.

De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen biedt, samen met de verbodsbepalingen, voldoende mogelijkheden op te kunnen treden tegen ongewenste activiteiten.

Lid 4: Motorrijtuigen, dus ook scooters en motoren mogen niet op de begraafplaats komen. Fietsen mogen alleen meegenomen worden wanneer dat inzake het gebruik van de kerk noodzakelijk is. Het is daarbij niet de bedoeling dat fietsen tegen grafmonumenten worden geplaatst. Een scootmobiel en andere daarmee vergelijkbare vervoermiddelen voor slecht ter been zijnde bezoekers, zijn wel toegestaan.

Artikel 5 Plechtigheden

Het doel van dit artikel is plechtigheden ordelijk te laten verlopen. Door te eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatsvinden, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde dag na overlijden geschieden.

Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb. 1968, 157) en de van toepassing zijnde APV-bepalingen.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het vanuit emotioneel oogpunt bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn. Het is daarom nodig dat er een wettelijk voorschrift is om de toegang van derden hierbij te weren.

Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

Lid 1. Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf of asbestemming er wordt gevraagd. De asbus kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in of op een graf dan wel in een bewaarplaats. Op de begraafplaats is een urnenmuur aanwezig.

Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie uitsluitend toestemming van de burgemeester noodzakelijk.

Lid 2: Het openen en sluiten van het graf is een werkzaamheid waarbij veiligheid, arbeidsomstandigheden en kennis van de hulpmiddelen een belangrijke rol spelen. De werkzaamheden kunnen daarom alleen door personeel van de gemeente worden verricht. Vanwege gevaarzetting en kans op ongelukken zijn handelingen rondom het openen en sluiten niet toegestaan voor derden.

Artikel 8 Over te leggen stukken

Lid 1: De Wet op de lijkbezorging (artikel 12) schrijft voor dat de behandelende arts of de gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Vervolgens geeft deze schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is, voldoet de beheerder aan de wettelijke vereisten.

Lid 2: De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet. Het verzoek tot overschrijving van het recht moet in dit geval wel vóór de bijzetting worden gedaan volgens artikel 13, eerste lid van deze verordening.

Lid 3: De wettelijke minimum grafrusttermijn is de termijn dat een lijk volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Op basis van artikel 31, lid 2 van de Wet op de lijkbezorging is dat 10 jaar. Op Schiermonnikoog wordt een grafrecht uitgegeven voor de periode van twintig jaar en voor één lijk. Het kan dus voorkomen dat in de periode hierna (verlenging met tien jaar) in particuliere graven begravingen of bijzettingen kunnen plaatsvinden betrekkelijk kort voor het aflopen van de geldende uitgiftetermijn. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met 10 jaar.

Artikel 9 Tijden van begraving en asbezorging

Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met uitzondering van zon- en feestdagen. Er zijn gevallen denkbaar waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis of asbezorging te laten plaatsvinden. In de praktijk is het mogelijk om de begraafplaats in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen. Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.

Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte van de graven en urnennissen

Artikel 10 De bestemming van de begraafplaats

Lid 1 beoogt te waarborgen dat er te allen tijde voldoende ruimte is voor de bewoners van de gemeente. Onder woonachtig zijn wordt verstaan dat men ingeschreven moet staan of hebben gestaan in de basisregistratie personen van deze gemeente.

Eilander kinderen worden met name in het ziekenhuis op de vaste wal geboren. In de omschrijving is hiermee rekening gehouden, door te bepalen dat in die situatie de ouders op het moment van de geboorte opgenomen moesten zijn in de basisregistratie personen van de gemeente Schiermonnikoog.

Voor personen die al jaren grafrechten hebben, dient uiteraard gekeken te worden naar de regels die golden ten tijde van de uitgifte van het graf. Dat kan betekenen dat personen die op zich niet voldoen aan deze regel toch op het eiland begraven worden.

In lid 2 wordt aangegeven dat het college in bijzondere gevallen af kan wijken van deze algemene regel. Zo moet het mogelijk blijven zijn dat echtparen, waarvan de ene partner wel en de andere niet 5 jaar op Schiermonnikoog heeft gewoond, naast elkaar worden begraven.

Artikel 11 Indeling graven en asbezorging, grafkisten

Lid 1. Naast particuliere graven, urnengraven en urnennissen is het mogelijk op de begraafplaats ook particuliere gedenkplaatsen uit te geven. Deze kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven voor elders begraven personen, vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd. Hiertoe kunnen graven worden uitgegeven die technisch niet geschikt zijn voor een begraving, maar wel voor een monument.

Lid 2: De uitgifteduur van een grafrecht is momenteel minimaal 10 jaar (artikel 28, lid 1 Wet op de lijkbezorging). Over het aantal lijken in een graf, asbussen met of zonder urn, uitgifteduur en afmetingen en dergelijke heeft de gemeente nadere regels vastgesteld in een apart besluit. Het is noodzakelijk gebleken naast afmetingen voor de grafbedekking ook vast te stellen dat de afmetingen van de grafkist een bepaalde afmeting niet te boven mogen gaan. Aangezien hier sprake is van een oude begraafplaats liggen de graven vrij dicht op elkaar. Met het oog hierop wordt gelet op de afmetingen van de grafkist.

Artikel 12 Termijnen particuliere graven

In het eerste lid van artikel 12 is de vaststelling van de start van de termijn opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of bijzetting.

De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet het college de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Zie verder de toelichtingen op de artikelen 16 en 20. De bepaling in de verordening is hiermee in overeenstemming. Het is van belang om de rechthebbenden mee te delen dat verlenging van de termijn tijdig moet worden aangevraagd.

Lid 3. Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die graven moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden genomen.

Het vierde lid stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting rechthebbende kan zijn indien daarvoor gewichtige redenen bestaan (artikel 10, eerste en tweede lid).

Artikel 13 Overschrijving van verleende rechten

Lid 2. Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte of de urnennis en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben bij het graf. Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts een persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze bepaling stelt de termijn op een jaar. Het vijfde lid geeft aan dat de termijn met de nodige soepelheid zal worden gehanteerd.

Het verdient aanbeveling dat de overschrijving van het particulier graf schriftelijk aan de nieuwe rechthebbende kenbaar wordt gemaakt.

Bevoegdheid om het particulier grafrecht vervallen te verklaren

Hiervoor is gekozen omdat op enig moment bij het college zekerheid moet bestaan dat het betreffende graf opnieuw uitgegeven kan worden aan een persoon die nog geen graf heeft en deze nodig heeft voor een begraving. Hierbij dient de rechthebbende zich te realiseren dat een grafrecht voortijdig beëindigd kan worden wanneer hij zelf in dit graf begraven wordt en er geen overschrijving plaatsvindt. Uiteraard wordt dan wel rekening gehouden met de wettelijke grafrusttermijn van 10 jaar.

Artikel 14 Afstand doen van graven

Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende of de gebruiker afstand van het graf respectievelijk de ruimte in een particuliere urnennis kan doen. Dit houdt in dat de rechthebbende of gebruiker afziet van verdere rechten op een specifiek graf of urnennis. Het feit dat er geen restitutie plaatsvindt heeft onder meer te maken met het feit dat de gemeente wel rekening dient te houden met de wettelijke grafrusttermijn en afwijking in de administratieve verwerking.

Hoofdstuk V Grafbedekkingen

Artikel 15 Vergunning grafbedekking

Lid 1. De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op particuliere graven. De grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen worden uitgewerkt in de nadere regels van het college. De vergunningseis geldt voor het gedenkteken.

Lid 3. Er is een grondslag nodig om te waarborgen dat het bijzondere karakter van de begraafplaats zo veel als mogelijk in stand wordt gehouden. Die grondslag is hier te vinden en is nader uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen.

Lid 5. Grafbedekkingen die vanuit het oogpunt van de gestelde regels niet passen kunnen geweigerd worden. Wat verstaan moet worden onder afbreuk aan het aanzien van de begraafplaats wordt onder meer bepaald door de inpassing in het geheel. Sterk afwijkende grafmonumenten qua volume en aard kunnen afgewezen worden. Het streven is naar grafmonumenten die een zekere verticaliteit hebben en passen bij de langzaam veranderende grafcultuur op de begraafplaats.

Artikel 16 Verwijdering grafbedekking

Lid 2. De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen aan de grafbezoeker op te vallen.

De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen wordt ten minste een jaar van tevoren gedaan. De mededeling aan de rechthebbende op een particulier graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd, kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en dat het graf zal worden geruimd (zie ook artikel 12, tweede lid, met de toelichting en artikel 20, eerste lid).

Lid 4. De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 13, derde lid). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens drie maanden.

Artikel 17 Onderhoud door de gemeente

De gemeente heeft als houder van de begraafplaats een zorgplicht voor de algemene voorzieningen op de begraafplaats. Daaronder vallen het gazon, de bomen en hagen rondom de begraafplaats, de urnenmuur, paden en de grafnummering. De wijze waarop de zorg geschiedt is afhankelijk van de periode en de noodzakelijkheid ervan.

Artikel 18 Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker

De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te verlengen, maken dat de rechthebbenden op particuliere graven verplicht zijn de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen.

Geen natrekking zolang het graf niet is geruimd

De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag worden. Als er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf.

Artikel 19 Grafbeplanting

In de dagelijkse praktijk kunnen er moeilijkheden ontstaan over verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen, mede omdat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats. Daar waar sprake is van verwaarloosde, uitgebloeide of uiteenvallende bloemen en planten of andere voorwerpen kan de beheerder deze weghalen. Indien mogelijk wordt vooraf gewaarschuwd.

Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 20 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Lid 1. Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de geldingstermijn, of omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen. Ook kan het recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging.

De rechthebbende kan vragen om de overblijfselen te laten verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere begraafplaats. Ook wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in dezelfde grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor een andere overledene. Op deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.

Op de beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming van een graf of nis worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de menselijke resten worden geconfronteerd.

Hoofdstuk VII Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekkingen

Artikel 21 Lijst

In 2008 is een lijst van graven samengesteld die van betekenis zijn vanwege de overledene die er begraven ligt dan wel alleen vanwege de grafbedekking. In het eerste geval kan de overledene voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving, materiaalgebruik en daarop toegepaste tekens en motieven en/of bijzondere kentekenen. Met behulp van de lijst wordt ervoor gewaakt dat graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat vrij zeldzame grafbedekkingen op de begraafplaats behouden blijven. Bij twijfel over de waarde of betekenis van het gedenkteken wordt een deskundige geraadpleegd.

De lijst is geen statische lijst. Bij nieuwe kennis over een persoon of grafbedekking kan het graf door het college toegevoegd worden aan de lijst. In de administratie van de begraafplaats is een aantekening gemaakt van het feit of het graf op de lijst voorkomt.

Hoofdstuk IX Slotbepalingen

Artikel 23 Intrekken oude regeling

Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.

Artikel 24 Overgangsbepaling

Dit artikel spreekt voor zich. Bestaande rechten moeten, vanuit oogpunt van rechtszekerheid voor de rechthebbende, gebruiker en belanghebbende, worden geëerbiedigd.

Verder is bepaald dat de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Schiermonnikoog 2007’ vervalt op het tijdstip waarop de ‘Verordening begraafplaatsen gemeente Schiermonnikoog 2019’ inwerking treedt. Ook is bepaald dat besluiten die onder de ‘Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Schiermonnikoog 2007’ zijn genomen worden geëerbiedigd en onder de ‘Verordening begraafplaatsen gemeente Schiermonnikoog 2019’ blijven gelden. De Verordening begraafplaatsen gemeente Schiermonnikoog 2019’ heeft dus geen terugwerkende kracht en geldt niet voor grafrechten die vóór de inwerkingtreding van deze nieuwe verordening reeds (van rechtswege) waren vervallen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:866).

Artikel 25 Strafbepaling

De verordening begraafplaats is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is van belang dat de gemeente dit besluit moet meedelen aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente ligt (artikel 143 Gemeentewet).

Artikel 26 Inwerkingtreding

Op basis van artikel 142 van de Gemeentewet treden verordeningen in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor wordt aangewezen. In artikel 23 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.

Artikel 27

In de citeertitel is een jaartal opgenomen om deze verordening te onderscheiden van de voorgaande.