Regeling Algemene subsidieverordening Schiermonnikoog

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 25-02-2009
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 18-06-2011
  • Betreft art. 2
  • Datum ondertekening 24-02-2009
  • Bron bekendmaking Nieuwsbrief, 2009, maart
  • Kenmerk voorstel Geen

Inleiding

De raad der gemeente Schiermonnikoog;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 april 2006;

gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t :

1. In te trekken de “Algemene subsidieverordening Schiermonnikoog 1997, vastgesteld op 4 november 1997;

II. Vast te stellen de volgende

“Algemene subsidieverordening Schiermonnikoog"

Artikel 1 Begripsbepalingen.

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    Raad: de gemeenteraad van Schiermonnikoog;

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog;

  • c.

    Instelling: een rechtspersoon, die zich blijkens doelstelling, structuur en werkwijze tot taak stelt zonder winstoogmerk binnen de gemeente Schiermonnikoog werkzaam te zijn. Voor de toepassing van deze verordening wordt met instelling tevens gelijk gesteld een natuurlijk persoon of groep personen, voor zover de aard van deze bepaling zich daar niet tegen verzet;

  • d.

    Subsidie: de aanspraak op financiële middelen voor georganiseerde activiteiten, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde zaken of diensten;

  • e.

    Subsidiejaar: het kalenderjaar, waarop de subsidie betrekking heeft;

  • f.

    Reserve: het eigen vermogen van de instelling.

Artikel 2 Reikwijdte verordening.

1.

Deze verordening is van toepassing op door de gemeente verstrekte subsidies, voorzover deze een structureel karakter hebben en meer dan € 2.500,- per jaar bedragen.

2.

Het college is bevoegd een of meer bepalingen van deze verordening in individuele gevallen niet van toepassing te verklaren.

Artikel 3 Begrotingsvoorbehoud.

Op subsidie kan slechts aanspraak worden gemaakt, indien de raad de daarvoor benodigde gelden in de gemeentebegroting heeft opgenomen.

Artikel 4 Toekenningscriterium.

Een instelling heeft, behoudens het gestelde in artikel 3, recht op een gemeentelijke subsidie, wanneer de activiteiten het algemeen belang dienen. Hieronder wordt verstaan, dat een redelijk groot aantal inwoners van de activiteiten profiteert. Verder wordt het algemeen belang gediend, wanneer er sprake is van een welkome aanvulling op het pakket recreatievoorzieningen.

De subsidie moet nodig zijn om de begroting van de instelling sluitend te maken, waarbij de leden van de instelling of degenen, die aan de te organiseren activiteiten deelnemen, een redelijke bijdrage of contributie moeten leveren. De hoogte van deze bijdrage of contributie hangt af van de aard van de activiteit en wordt van geval tot geval door het college beoordeeld.

Het college is bevoegd dit criterium nader te interpreteren.

Artikel 5 Reserves.

De instelling mag over een reserve beschikken, waarvan de hoogte 25% bedraagt van het jaarlijkse budget. Het bedrag van een reserve wordt op de subsidie in mindering gebracht, voor zover dat boven deze 25% uitstijgt. In bijzondere gevallen kan het college deze bepaling buiten beschouwing laten.

Artikel 6 Financiële gegevens.

Jaarlijks voor 1 juli dient een instelling, die een gemeentelijk subsidie ontvangt, bij het college een jaarverslag en jaarrekening in te dienen, die in voldoende mate inzicht moeten bieden in de activiteiten in het voorgaande jaar en in de financiële aspecten daarvan.

Jaarlijks voor 1 juli dient een instelling, die een gemeentelijke subsidie ontvangt, bij het college een activiteitenplan en een begroting in te dienen, die in voldoende mate inzicht moeten bieden in de activiteiten in het daarop volgende jaar en in de financiële aspecten daarvan.

Genoemde stukken behoeven de goedkeuring van het college. Het college is bevoegd om op basis van deze stukken het bedrag van de subsidie aan de betreffende instelling te wijzigen of de subsidie in te trekken.

Artikel 7 Verstrekking nadere gevraag.

Het college is bevoegd van een instelling nadere financiële gegevens of gegevens over de activiteiten te vragen.

Artikel 8 Vangnetbepaling.

In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet of onduidelijk is, neemt het college, de instelling gehoord, de nodige beslissingen.

Artikel 9 Inwerkingtreding.

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 mei 2006,

,voorzitter (L.K. Swart).

, griffier (S.T. van der Zwaag)