Regeling Aanvullende uitvoeringsregels CAR-UWO

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-01-2016
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft Onbekend
  • Datum ondertekening 24-11-2015
  • Bron bekendmaking www.officielebekendmakingen.nl
  • Kenmerk voorstel Onbekend

Inleiding

Het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog;

gelet op de LOGA brieven van 5 juni 2015 en 7 juli 2015;

gelet op de bereikte overeenstemming van het Georganiseerd Overleg d.d. 2 november 2015

BESLUIT

Vast te stellen de navolgende regeling

Aanvullende uitvoeringsregels CAR-UWO

Doel

Deze regeling is een aanvulling op en/of uitvoeringsregeling van hoofdstuk 3 van de CAR-UWO.

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

a.

Salaris-maandbedrag dat binnen de salarisschaal aan de ambtenaar is toegekend, naar evenredigheid van dienst formele arbeidsduur;

b.

Salaristoelagen-daartoe worden gerekend de in paragraaf 3 van hoofdstuk 3 van de CAR-UWO genoemde toelagen, te weten: de functioneringstoelage, de waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst, de inconveniëntentoelage, de arbeidsmarkttoelage, de garantietoelage en de afbouwtoelage, die aan de ambtenaar zijn toegekend en die tot 1 januari 2016 tot de bezoldiging werden gerekend;

c.

Functieschaal-de salarisschaal die bij een functie hoort;

d.

Periodiek-het maandbedrag in een salarisschaal

e.

Salarisschaal- een reeks maandbedragen als opgenomen in de bijlage bij hoofdstuk 3;

f.

Beschikbaarheidsdienst-Het zich beschikbaar houden voor werk buiten de voor de ambtenaar geldende werktijden;

g.

Uurloon-het voor de medewerker geldende maandsalaris op basis van 36 uur gedeeld door 156 uren;

h.

Medewerker-diegene die ambtenaar is in de zin van artikel 1:1:1, onder a van de CAR UWO of medewerker in de zin van artikel 2:5 van de CAR UWO

i.

Leidinggevende-de functionaris waaraan de medewerker, volgens de hiërarchische organisatiestructuur, verantwoording verschuldigd is;

j.

Formele arbeidsduur-de volgens de aanstelling vastgesteld omvang van het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid verricht;

k.

Feitelijke arbeidsduur-het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid heeft verricht;

l.

Dagvenster-de tijd waar binnen de medewerker zijn werkzaamheden verricht. Het dagvenster loopt van maandag tot en met vrijdag van 7.00 – 22.00 uur;

m.

Buitendagvenstervergoeding-financiële vergoeding voor de medewerker die werkzaamheden moet verrichten buiten het dagvenster;

n.

Standaardregeling-de afspraken die de werkgever en medewerker over de werktijden van de medewerker maken;

o.

Bijzondere regeling-de voorwaarden waaronder de werktijden van de medewerker eenzijdig door het college worden vastgesteld, conform artikel 4:2 van de CAR UWO.

p.

Dienstreis-Een naar oordeel van de leidinggevende noodzakelijke verplaatsing van een medewerker tot het verrichten van dienst buiten de standplaats, alsmede het hiermee verband houdende verblijf buiten deze plaats;

q.

Studiereis-Een naar oordeel van de leidinggevende noodzakelijk verplaatsing van een medewerker in het kader van een studie, cursus of congres buiten de standplaats, alsmede het hiermee verband houdende verblijf buiten deze plaats;

r.

Woon-werkverkeer-De meest gebruikelijke afstand afgelegd tussen het woonadres van de medewerker en de standplaats. 

Hoofdstuk 2 Salaris

Artikel 2.1 Vaststelling salaris in eerst lagere salarisschaal dan functieschaal

Aanvulling op artikel 3:3 lid 2

Salaris overeenkomstig de eerst lagere salarisschaal dan de functieschaal kan plaatsvinden wanneer de medewerker:

  • a.

    Bij aanstelling nog niet beschikt over voldoende ervaring en/of opleiding en;

  • b.

    Bij het uitoefenen van de functie nog niet volledig voldoet aan de eisen voor functievervulling.

De overgang van een lagere salarisschaal naar de functieschaal is geregeld in artikel 2:3 van deze regeling.

Artikel 2:2 Salarisverhoging

Aanvulling op artikel 3:4

  • 1.

    De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van 1 januari volgend op zijn aanstelling en nadien telkens na een jaar.

  • 2.

    Het college kan een ambtenaar een extra periodieke salarisverhoging toekennen op grond van het feit dat de ambtenaar in ruime mate voldoet aan de eisen voor functievervulling.

  • 3.

    Bij de toepassing van lid 2 blijft het tijdstip waarop volgens lid 1 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 2:3 Inpassing in hogere schaal

Aanvulling op artikel 3:6

Wanneer voor de medewerker een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op ten minste het bedrag dat de medewerker genoot in de oude schaal, vermeerderd met één periodiek in de oude schaal.

De overgang van de eerst lagere salarisschaal - dan de functieschaal - naar de functieschaal, moet in ieder geval en kan zo mogelijk eerder plaats vinden, wanneer de medewerker 2 jaar in de eerst lagere salarisschaal - dan de functieschaal - is ingedeeld.

Artikel 2.3 Garantieregeling uitloopschaal

Aanvulling op artikel 3:7

Ambtenaren die in december 2012 in vast dienst zijn en in 2013 de leeftijd bereiken van 45 jaar of ouder en een functie bekleden met functieschaal 10 of lager, hebben de garantie dat zij op 55 jarige leeftijd worden geplaatst in de uitloopschaal.

Salariëring vanuit de uitloopschaal vindt dan plaats vanaf de eerste van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt, mits hij voldoet aan de voor de functievervulling gestelde eisen (een gemiddelde C beoordeling conform de vastgesteld regeling jaargesprekken).

Hoofdstuk 3 Beloning

Artikel 3:1 Functioneringstoelage (voormalige persoonlijk uitloop-toelage)

Aanvulling op artikel 3:8

  • 1.

    Aan een medewerker die het maximum van de voor hem geldende functieschaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:8 van de CAR-UWO toegekend, indien betrokkene gedurende 3 achtereenvolgende jaren in ruime mate heeft voldaan aan de eisen voor functievervulling (een gemiddelde D of E beoordeling conform vastgesteld regeling jaargesprekken)

  • 2.

    Zoals geregeld in artikel 3:8 wordt de toelage voor maximaal een jaar toegekend. Bij voortduren van de gronden waarop de toelage is toegekend, kan deze opnieuw worden toegekend.

  • 3.

    De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris.

Hoofdstuk 4 Bereik- en beschikbaarheidsdienst

Aanvulling op artikel 3:13

Artikel 4:1 Aanwijzing

1.

Alle medewerkers kunnen worden aangewezen voor beschikbaarheidsdienst.

2.

De voor de in beschikbaarheidsdienst in aanmerking komende medewerkers worden aangewezen door de gemeentesecretaris.

3.

Voor iedere medewerker van 55 jaar of ouder geldt een aanwijzing op basis van vrijwilligheid.

4.

De door de gemeentesecretaris aangewezen medewerkers zijn verplicht deel te nemen aan de beschikbaarheidsdienst.

5.

Bezwaren tegen deelneming aan de beschikbaarheidsdienst dienen binnen twee weken schriftelijk en met redenen omkleed bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.

6.

Burgemeester en wethouders kunnen, indien hiervoor gegronde redenen aanwezig zijn, een als zodanig aangewezen medewerker ontheffen van de verplichting tot deelneming aan de beschikbaarheidsdienst.

Artikel 4:2 Dienstrooster

1.

De beschikbaarheidsdienst wordt bij toerbeurt verricht door de medewerkers, op basis van een door of namens de teamleider op te stellen rooster.

  • a.

    De beschikbaarheidsdienst gladheidsbestrijding vindt plaats gedurende de periode van 1 november tot 1 april;

  • b.

    De beschikbaarheidsdienst veerdambewaking vindt plaats gedurende de periode 1 september tot 1 mei.

2.

De roosters worden ten minste één maand voor aanvang van de betreffende periode aan de medewerker meegedeeld.

3.

De medewerker die volgens rooster oproepbaar is, is niet gebonden zich in of nabij zijn woning op te houden, maar is wel verplicht bereikbaar te zijn en hij moet in staat zijn om zo snel mogelijk, docht uiterlijk binnen 30 minuten aanwezig zijn op het werk.

4.

Het volgens het eerste lid op te stellen rooster wordt – voor zover mogelijk – zodanig ingedeeld, dat de in de periode vallende erkende feestdagen zoveel mogelijk over alle medewerkers worden verdeeld, wisselend per jaar.

5.

Ruiling van dienst is mogelijk, en wordt in overleg met de medewerker die belast is met het opstellen van het rooster geregeld.

Artikel 4:3 Toelage beschikbaarheidsdienst

1.

Aan een medewerker die door de gemeentesecretaris is aangewezen om zich buiten de voor hem geldende werktijd regelmatig beschikbaar te houden om arbeid te verrichten bij oproep, wordt een toelage beschikbaarheidsdienst toegekend.

2.

De toelage is conform artikel 3:13 van de CAR-UWO:

  • a.

    5% van het uurloon voor de uren op maandag tot en met vrijdag;

  • b.

    10% van het uurloon voor de uren op zaterdag, zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5 derde lid van de CAR-UWO;

  • c.

    Het uurloon is voor de toepassing van dit artikel maximaal gelijk aan het uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.

3.

Als de medewerker tijdens de beschikbaarheidsdienst daadwerkelijk werkzaamheden verricht, worden deze uren uitbetaald conform artikel 3:13 van de CAR-UWO:

  • a.

    De medewerker die valt onder de standaardregeling voor de werktijden, ontvang over de tijdens deze dienst gewerkte uren die buiten het dagvenster vallen, een buitendagvenstervergoeding op grond van artikel 3:12 van de CAR-UWO.

  • b.

    De medewerker die valt onder de bijzondere regeling voor de werktijden heeft over alle tijdens deze dienst gewerkte uren recht op een overwerkvergoeding op grond van artikel 3:18 van de CAR-UWO.

Hoofdstuk 5 Inconveniëntentoelage

Aanvulling op artikel 3:14

  • 1.

    Een inconveniëntentoelage wordt toegekend aan een medewerker die werkzaam is in een functie waarin hij zware, onaangename of gevaarlijke arbeid verricht. En waarmee niet op een andere wijze in de beloning rekening mee is gehouden.

  • 2.

    Het college stelt vast voor welke functies een toelage, als bedoeld onder lid 1 van dit artikel, geldt. Daarbij wordt tevens vastgesteld voor hoeveel uren maandelijks gemiddeld zware, onaangename of gevaarlijke arbeid in deze functie wordt verricht.

  • 3.

    De toelage bedraagt 6,3% per uur en wordt met inachtneming van het vastgesteld aantal uren per maand, genoemd onder lid 2 van dit artikel, omgerekend naar een vast bedrag per maand. Bij het vaststellen van het bedrag per maand, wordt bij de berekening uitgegaan van het uurloon behorende bij het maximum van salarisschaal 4.

Hoofdstuk 6 Vergoeding reis- en verblijfskosten

Aanvulling op artikel 3:21 en 3:22

Artikel 6.1 Dienst- en studiereizen

1.

Het uitgangspunt is dat de dienstreis met het openbaar vervoer wordt afgelegd, indien de af te leggen afstand op een doelmatige wijze afgelegd kan worden. Dit zal met name bij de langere afstanden het geval zijn.

2.

Indien de dienstreis wordt afgelegd met een eigen vervoermiddel wordt de medewerker een vergoeding verstrekt van € 0,36 bruto per afgelegde kilometer voor een dienstreis. Hiervan is thans 19 cent gericht vrijgesteld van belasting. De overige 17 cent wordt als bruto vergoeding uitbetaald. Het volgen van korte her- en bijscholing en bijwonen van seminars valt ook onder het begrip dienstreis.

3.

Reizen die in het kader van verleende studiefaciliteiten worden gemaakt, worden vergoed conform € 0,19 netto per afgelegde kilometer voor een studiereis.

4.

Voor het berekenen van het aantal kilometer wordt gebruik gemaakt van de routeplanner. Hierbij wordt uitgegaan van de snelste route.

5.

Indien de dienstreis wordt afgelegd per openbaar vervoer wordt de vergoeding berekend op basis van de kosten openbaar vervoer in de 2e klasse. Voor vergoeding dient een vervoersbewijs te worden overlegd.

6.

De veerbootkosten worden volgens het eilandertarief, of, indien de medewerker niet op het eiland woont, het normale tarief, vergoed.

7.

Er wordt geen vergoeding verstrekt voor gemaakte parkeerkosten, brandstof, afschrijving, stalling, onderhoud, etc.

Artikel 6.2 Woon – werkverkeer

  • 1.

    De medeweker met een vaste aanstelling woonachtig op het eiland Schiermonnikoog ontvangt geen reiskostenvergoeding woon- werkverkeer.

  • 2.

    De medewerker met een vaste aanstelling woonachtig op de vaste wal mag de onbelaste dagcomponent conform de bepaling van de – door de Minister van Binnenlandse Zaken meest recent vastgestelde – Reisregeling Binnenland declareren per (retour)overtocht.

Dagcomponent geldt alleen voor zakelijke dienstreizen (met betalingsbewijzen).

Reiskosten vergoedingen woning-werk worden voor de loonheffing als zakelijk aangemerkt en mogen tegen (thans) 0,19 cent per km als gerichte vrijstelling worden aangemerkt

  • 3.

    De medewerker met een tijdelijke aanstelling ontvangt een reiskostenvergoeding woon- werkverkeer op basis van artikel 18:1:6 lid 4 en 18:1:7 van de CAR-UWO. Medewerkers die reizen met het openbaar vervoer kunnen de werkelijke kosten vergoed krijgen, mits zij hun vervoersbewijzen overleggen. De kilometervergoeding is € 0,15 per kilometer – conform artikel 18:1:7 lid 4 - met een maximum van 20 kilometer enkele reis.

  • 4.

    Aan de medewerker met een vaste aanstelling, die bij indiensttreding de verplichting opgelegd heeft gekregen zich in de gemeente te vestigen en daarmee onder de in hoofdstuk 18 van de CAR-UWO genoemde verhuiskostenregeling valt, wordt gedurende de aan de verhuizing voorafgaande periode een tegemoetkoming woon- werkverkeer verstrekt op basis van hetgeen gesteld in artikel 18:1:6 van de CAR-UWO.

  • 5.

    De duur van toekenning van reiskosten woon- werkverkeer wordt gekoppeld aan het moment van verhuizen en hetgeen is gesteld in de artikelen 18:1:4 en 18:1:10 lid 1 van de CAR-UWO.

Is de medewerker er niet in geslaagd binnen de vastgestelde termijn te verhuizen, dan vervalt aan het einde van de termijn de reiskostenvergoeding.

Is de medewerker er verwijtbaar niet in geslaagd om binnen de vastgestelde termijn te verhuizen overeenkomstig hetgeen is gesteld in artikel 18:1:6 lid 3 van de CAR-UWO, dan vervalt aan het einde van de toegekende termijn de reiskostenvergoeding en is de medewerker verplicht de tegemoetkoming in de reiskosten terug te betalen.

6.De tegemoetkoming in reiskosten wordt aan de medewerker, die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen hem bekend is.

Artikel 6.3 Veerbootkosten en Compensatie stallingkosten autoboxen

1.

De veerbootkosten voor de medewerker worden vergoed op basis van het zogenaamde “eilander tarief” als de medewerker op Schiermonnikoog woont. Indien de medewerker niet op Schiermonnikoog woont, dan wordt het reguliere tarief voor de overtocht vergoed. Het beleid van de belastingdienst inzake mogelijkheden tot vrijstelling wordt hierin gevolgd.

2.

Als de medewerker een dienst- of studiereis maakt met een eigen vervoermiddel en deze stalt in een garagebox of loods in Lauwersoog, dan ontvangt hij ter compensatie van deze stallingskosten een vaste vergoeding van € 10,- netto met een maximum van 24 declaraties per jaar. De nota van de garagebox of loods dient ingeleverd te worden.

3.

De medewerker die geen gebruik maakt van de vergoeding zoals in het tweede lid gesteld en die vanaf Schiermonnikoog met een eigen vervoermiddel reist voor een dienst- of studiereis, kan deze kosten maximaal 7 keer per kalenderjaar declareren op basis van het zogenaamde “eilandertarief”.

4.

Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen kan het College een bijzondere regeling treffen.

Artikel 6.4 Vergoeding verblijfkosten

1.Voor zover deze niet bij een activiteit zijn inbegrepen, worden de in verband met een dienst- of studiereis noodzakelijk gemaakt kosten voor maaltijden, logies en kleine uitgaven overdag en ’s avonds vergoed conform de bepalingen van de – door de Minister van Binnenlandse zaken meest recent vastgestelde – Reisregeling Binnenland. Alleen het onbelaste gedeelte wordt vergoed.

verblijfkosten reisregeling okt 2015 Onbelast deel

Kleine uitgaven overdag € 4,-

Kleine uitgaven ‘s avonds € 8,05

Lunch € 8,30

Avondmaaltijd € 20,81

Logies € 84,46

Ontbijt € 10,77

  • 2.

    De vergoedingen in lid 1 zijn maximale bedragen, indien bijvoorbeeld een goedkopere lunch wordt genuttigd, worden de werkelijke kosten vergoed.

  • 3.

    De medewerker is hierbij verplicht de betalingsbewijzen in te leveren.

  • 4.

    Indien omstandigheden ertoe leiden dat de uitgaven genoemd onder lid 2 afwijken van de maximaal te vergoeden onkosten, kan met instemming van de direct leidinggevende, na overlegging van de betaalbewijzen een hogere vergoeding worden gehonoreerd. Vergoedingen die het maximum van de onbelaste vergoeding van de Reisregeling overstijgen, worden gebruteerd uitbetaald.

  • 5.

    Voor de vergoeding onder lid 1, 2, en 4 komt de medewerker uitsluitend in aanmerking indien vooraf toestemming is verleend door de direct leidinggevende.

Hoofdstuk 7 Vergoedingen

Artikel 7:1 Wasvergoeding

De medewerker van de afdeling publiekszaken die belast is met het wassen van het keukentextiel ontvangt hiervoor een vergoeding van €5,- netto per maand.

Hoofdstuk 8 Ter beschikking stellen ICT faciliteiten

Artikel 8:1 Voorwaarden ter beschikking stellen ICT faciliteiten

Een medewerker kan een tablet of laptop ter beschikking gesteld worden als de medewerker uit hoofde van zijn/haar functie regelmatig namens de gemeente naar de wal moet, bij externe vergaderingen aanwezig is en voor de taakvervulling onderwerp, op de boot en op locaties aan de wal de beschikking moet hebben over de digitale gegevens van de gemeente Schiermonnikoog

De gemeente neemt daarbij in overweging dat de medewerker de reis- en wachttijd bij de overtocht van het eiland naar de wal effectief kan besteden en het de bedrijfsvoering in de specifieke eilandsituatie ten goede komt.

Bij het ter beschikking krijgen van een ICT faciliteit dient de verklaring ICT faciliteit zakelijk te worden ondertekend (bijlage I)

Hoofdstuk 9 Verlof

Artikel 9:1 Regulier verlof

1.

Het basisverlof, zoals bepaald in artikel 6:2 van de CAR-UWO, bedraagt 158,4 uur per kalenderjaar bij een fulltime dienstverband, waarvan 144 uur wettelijk verlof is. Bij een parttime dienstverband wordt dit naar evenredigheid verminderd.

2.

Medewerkers in dienst vanaf 1 januari 2016 hebben geen recht op leeftijdsverlof.

Artikel 9:2 Garantie-leeftijdsverlof

1.

Medewerkers die op 31 december 2015 in dienst zijn en in 2015 aanspraak konden maken op leeftijdsverlofdagen, behouden hun aanspraken en vooruitzicht op basis van de afgeschafte regeling leeftijdsverlof. Deze medewerkers behouden de dagen en het perspectief:

  • a.

    7,2 uur vanaf 30 jaar;

  • b.

    14,4 uur vanaf 40 jaar;

  • c.

    21,6 uur vanaf 45 jaar

  • d.

    28,8 uur vanaf 50 jaar;

  • e.

    36 uur vanaf 55 jaar;

  • f.

    43,2 uur vanaf 60 jaar.

2.

(parttimers naar rato)

3.

Het in lid 1 genoemd persoonlijk garantie-leeftijdsverlof komt te vervallen wanneer de CAR-UWO een centrale regeling treft voor extra, levensfase gebonden verlofdagen. Er vindt geen cumulatie plaats.

4.

De medewerker die gebruik maakt van het Generatiepact heeft geen recht meer op het garantie-leeftijdsverlof.

Artikel 9:2 Verlof meenemen

1.

Wettelijk verlof dat je niet hebt opgenomen mag je meenemen naar het volgende jaar, maar vervalt na 12 maanden, conform artikel 6:2a van de CAR-UWO;

2.

Bovenwettelijk verlof dat je niet hebt opgenomen mag je meenemen naar het volgende jaar en verjaart na 60 maanden, conform artikel 6:2b van de CAR-UWO;

3.

In de praktijk willen we als gedragsregel hanteren: maximaal 10 dagen meenemen en in overleg 5 dagen opnemen voor 1 april van het nieuwe kalenderjaar.

Hoofdstuk 10 Werktijdenregeling

Deze regeling is van toepassing voor medewerkers in dienst van de gemeente Schiermonnikoog. De regeling bestaat uit een standaard en een bijzondere regeling.

Artikel 10.1 Aanwezigheid, werktijden en pauze

1.

De werktijd bedraagt per dag maximaal 11 uur en per week maximaal 50 uur. Uitgangspunt daarbij is dat de werktijden binnen de normen van de arbeidstijdenwet blijven.

2.

De medewerker die onafgebroken periode van meer dan 5,5 uur per dag werkt neemt een pauze van minimaal 30 minuten. De medewerker die meer dan 10 uur per dag werkt neemt minimaal 45 minuten pauze. De pauzes mogen in delen van 15 minuten worden opgenomen. De lunchpauze wordt gehouden tussen 12.00 en 14.00 uur.

Artikel 10.2 Gezondheid en werktijden

Een bezoek aan een arts, tandarts, specialist en dergelijke vindt, voor zover dat mogelijk is, zoveel mogelijk plaats in eigen tijd.

Artikel 10.3 Standaardregeling

1.

Onder de standaardregeling vallen de medewerkers die zelf regelruimte hebben voor het bepalen van hun werktijden.

2.

Jaarlijks maken de leidinggevende en de medewerker afspraken over de invulling van de werktijden, het verlof en de planning van de werkzaamheden.

Artikel 10.4 Buitendagvenstervergoeding

1.

Wanneer de medewerker die valt onder de standaardregeling buiten het dagvenster werkzaamheden moet verrichten, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 van de CAR-UWO. De vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende.

2.

De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is, heeft conform artikel 3:8 van de CAR-UWO geen recht op een buitendagvenstervergoeding.

Artikel 10.5 Bijzondere regeling

1.

Onder de bijzondere regeling vallen de medewerkers van de buitendienst.

2.

Het college stelt conform artikel 4:4 van de CAR-UWO voor deze groep - met wisselende werktijden en werkzaam op basis van rooster - eenzijdig de individuele werktijden vast.

3.

Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepaling in de CAR-UWO aanspraak maken op de overwerkvergoeding (artikel 3:2), toelage onregelmatige dienst (artikel 3:3), beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3:3A) en verschuivingsvergoeding (artikel 3:4).

Artikel 10.6 Registratie en plus/min uren

1.

De gewerkte uren en afwezigheden worden door gebruik van het digitaal urenregistratiesysteem vastgelegd.

2.

De medewerker is zelf verantwoordelijk voor het beperken van het maken van plus en min uren en is verantwoordelijk voor de compensatie hiervan. Plusuren worden buiten de bloktijden gecompenseerd.

Hoofdstuk 11 Flexibele arbeidsvoorwaarden

Artikel 11:1 Deelname

Het model flexibele arbeidsvoorwaarden staat open voor iedereen met een vaste of tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de gemeente Schiermonnikoog.

Artikel 11:2 Uitruil arbeidsvoorwaarden

1.

Met het model flexibele arbeidsvoorwaarden is het voor de medewerker mogelijk om de daartoe aangewezen arbeidsvoorwaarden tegen elkaar uit te ruilen. Arbeidsvoorwaarden kunnen als doel of als bron worden aangewend. Geld of tijd (een bron) kan worden ingeruild tegen een in deze regeling aangewezen doel.

2.

Aanvragen voor het uitruilen van bronnen en doelen worden voor 1 november in het voorafgaande jaar waarin de uitruil plaats vindt met behulp van het daarvoor beschikbare formulier ingediend.

Artikel 11.3 Bronnen

  • 1.

    Het bruto loon. Maandelijkse verlaging van eenzelfde bedrag. Na de verlaging van het salaris moet minimaal het wettelijke minimumloon resteren.

  • 2.

    Vakantie-uitkering: eenmalige inhouding

  • 3.

    Eindejaarsuitkering: eenmalige inhouding

  • 4.

    Bovenwettelijke verlofuren. De waarde van een verlofuur wordt gesteld op het bruto uursalaris dat op het moment van deelname voor de medewerker geldt.

  • 5.

    Meer werken (artikel 11.4.1)

  • 6.

    Overuren (artikel 11.4.2)

Al deze mogelijkheden zijn gebonden aan regels en grenzen. Niet iedere combinatie van doelen en betaalmiddelen is mogelijk.

Artikel 11:4 De doelen

Na de inzet van het betaalmiddel wordt het bestedingsdoel bepaald. De betaalmiddelen kunnen voor de volgende doelen worden ingezet:

  • 1.

    Een eenmalige verhoging van het bruto salaris (verkoop verlof)

  • 2.

    Een verhoging van het aantal verlofuren (aankoop verlof)

  • 3.

    Een fiets

  • 4.

    Een vergoeding voor vakbondscontributie

Artikel 11:5 Indienen en toetsing aanvraag

1.

De aanvraag voor deelname aan de flexibele arbeidsvoorwaarden vindt plaats voor 1 november

2.

Verzoek voor toepassing van deze regeling wordt gehonoreerd, mits zij passen binnen de (fiscale) wet- en regelgeving en mits geen zwaarwegende dienstbelang zich daartegen verzetten. Indien de (fiscale) wet- en regelgeving tussentijds wijzigt, vindt toepassing van deze regeling in overeenstemming met de nieuwe wet- en regelgeving plaats.

3.

De werkgever bepaalt of (het aannemelijk is dat) een aanvraag in overeenstemming is met de gestelde voorwaarden. De medewerker is verplicht alle door de werkgever gewenste informatie (of bewijsstukken) te verstrekken.

Artikel 11:6 Gevolgen deelname regeling

1.

Als de belastingdienst aan de belastingvrije uitbetaling van een doel bijzondere voorwaarden verbindt, is de medewerker verplicht aan deze voorwaarden te voldoen.

2.

Een eventuele naheffing als gevolg van het niet voldoen aan de (fiscale) voorwaarden komt voor rekening van de medewerker. Dit geldt ook in het geval van wijzigingen van de wet- en regelgeving conform artikel 11:5, lid 3 van deze regeling.

3.

Verlaging van de bronnen kan gevolgen hebben voor de verschillende loongerelateerde uitkeringen en toeslagen (zoals vakantie uitkering, eindejaarsuitkering, pensioen, overwerkvergoeding) . Deze gevolgen zijn voor rekening van de medewerker.

4.

Als een medewerker tussentijds een baan krijgt bij een andere werkgever, wordt het teveel uitgekeerde ingehouden op het laatste loon.

Artikel 11:7 Koop en verkoop van verlof

1.

Conform de voorwaarden in artikel 4a:1 van de CAR-UWO kan de medewerker met een volledige functie maximaal 72 bovenwettelijke verlofuren (parttimers naar rato) uitwisselen tegen geld.

2.

Conform de voorwaarden in artikel 4a:2 van de CAR-UWO kan de medewerker met een volledige functie geld uitwisselen tegen maximaal 72 verlofuren (parttimers naar rato).

Artikel 11:8 Meer werken

1.

Fulltimers kunnen in overleg met de gemeentesecretaris maximaal 50,4 uur extra verlof opbouwen door meer te werken (parttimers naar rato). Dit verlof kan de medewerker laten uitbetalen of inzetten voor een van de doelen.

2.

Een verzoek om meer te werken wordt in principe toegewezen, tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten. Zwaarwegende dienstbelangen zijn bijvoorbeeld: te weinig werk.

3.

Meer werken kan niet als de medewerker gedeeltelijk gebruik maakt van een andere vorm van verlof zoals ouderschapsverlof of buitengewoon verlof voor lange duur. Ook bij studieverlof kan worden bepaald dat niet meer uren gewerkt mag worden.

4.

Maximaal 50,4 meer gewerkte uren en overwerkuren (zie hieronder) mogen worden omgezet in verlofuren.

5.

Bij meer werken verandert de formele arbeidsduur niet. Er verandert dus ook niets in de vakantie uren en de opbouw van pensioen.

Artikel 11:9 Overwerkuren

1.

Overuren buiten de afgesproken werktijd worden gecompenseerd door vrije tijd. Kan de medewerker geen vrije tijd nemen, dan kan hij/zij vragen om dit om te zetten in verlofuren, die vervolgens voor verschillende doelen kunnen worden ingezet.

2.

In totaal mag een fulltimer niet meer dan 50,4 aan overwerk uren en meergewerkte uren omzetten in verlofuren en inzetten voor de doelen (artikel 11:4).

Artikel 11:10 Vakbondscontributie

De medewerker betaalt gedurende het jaar zelf de contributie aan de vakbond. De medewerker die in aanmerking wil komen voor de vergoeding voor de vakbondscontributie levert het bewijs van betaling van de vakbondscontributie dat hem/haar in het vierde kwartaal door de vakbond wordt toegestuurd in bij Personeelszaken. Het belaste, bruto salaris wordt geruild voor een (onbelaste) vergoeding van de gemeente voor de vakantiebondscontributie.

Artikel 11:11 Fietsenplan

Artikel 11:11:1 Looptijd

Het fietsenplan is een doorlopend project zolang de gemeente Schiermonnikoog en de wet- en regelgeving dit toe laat. Eens per vier jaar kan een fiets via deze regeling aangeschaft worden.

Artikel 11:11:2 Deelname

Deelname staat open voor alle medewerkers in tijdelijke of vaste dienst van de gemeente. In de begroting is rekening gehouden met 4 deelnemers per jaar aan het fietsenplan.

Artikel 11:11:3 Voorwaarden van gemeente Schiermonnikoog

  • 1.

    De medewerker bepaalt zelf waar hij/zij de fiets aanschaft en verzorgt ook zelf de betaling. Onder het begrip fiets wordt ook de fiets met een zogenaamde elektronische trapondersteuning verstaan.

  • 2.

    Medewerkers mogen eenmaal per 4 jaar mee doen aan het fietsplan.

  • 3.

    De 4-jaren-termijn begint vanaf de (eerste) verrekening.

  • 4.

    De werkgever betaalt bij voorschot de aanschafprijs dan wel het maximaal bepaalde bedrag van € 749,- uit aan de medewerker in de maand april of november van het betreffende kalenderjaar.

  • 5.

    De aanschafprijs kan met bruto loonbestanddelen worden verrekend, waardoor er een fiscaal voordeel ontstaat.

  • 6.

    Verrekening van de aanschafprijs met belastingvoordeel vindt plaats in de maanden mei

(met vakantiegeld) en december (met eindejaarsuitkering). Het cafetariaplan van de gemeente Schiermonnikoog maakt het ook mogelijk om de fiets te bekostigen met bruto loon of vakantiedagen. De consequentie hiervan is dat dit (in negatieve zin) doorwerkt in de pensioen- en uitkeringsgrondslagen.

  • 7.

    De originele bewijsstukken met betalingsbewijs kunnen alleen in de maanden april en november ter verrekening aan Personeelszaken worden aangeboden.

  • 8.

    De medewerker dient een “Overeenkomst ter vergoeding van een fiets” (bijlage II) te ondertekenen waarin wordt verklaard dat hij/zij bekend is met de inhoud en voorwaarden van de regeling en dat de fiets wordt gebruikt voor woon-werkverkeer.

  • 9.

    Als bij controle blijkt dat de medewerker niet aan de voorwaarden voor deelname voldoet zal alsnog de te betalen loonheffing (inclusief eventuele boete en rente) op hem/haar worden verhaald.

Hoofdstuk 12 Attentieregeling

Geboorte kind ** t.w.v.

Een bezoek van collega’s met een cadeau (geen bon) €25,- incl btw

Huwelijk ** t.w.v.

Felicitatiebrief namens college en een cadeau (geen bon) €25,- incl btw

Ziekte geen bon t.w.v.

Langdurige ziekte of ziekenhuisopname Na 3 weken:

Een bloemstuk, fruitmand of andere attentie €15,- incl btw

Na 3 maanden:

Een bloemstuk, fruitmand of andere attentie €15,- incl btw

Bij ziekenhuisopname van minimaal 3 dagen:

Een bloemstuk, fruitmand of andere attentie €15,- incl btw

Langdurige ziekte partner van medewerker Na 2 maanden:

Een attentie €10,- incl btw

Overlijden ** t.w.v.

Overlijden van een medewerker Condoleancebrief voor nabestaanden namens het college, en

een rouwboeket op de begrafenis of crematie namens de gemeente, en €50,- incl btw

een rouwadvertentie plaatsen in plaatselijke of regionale (stond provinciale)media

Overlijden gepensioneerde medewerker Condoleancebrief voor nabestaanden namens het college, en

Het plaatsen van een advertentie is bespreekbaar, als ze nog op het eiland wonen.

Overlijden partner van medewerker Een condoleancebrief namens het college, en

Een rouwboeket op begrafenis of crematie namens de gemeente

€25,- incl btw

Overlijden partner van gepensioneerde medewerker Een condoleancebrief namens het college, als ze op het eiland wonen.

Overlijden van een oud-bestuurder (burgemeester of wethouder), voor zover de bestuurder bekend is Een condoleancebrief namens het college, en

een rouwadvertentie plaatsen in plaatselijke of provinciale media is bespreekbaar

Ambtsjubileum *** Koffie en gebak voor betrokkene en collega’s, en t.w.v.

een bloemstuk aangeboden door de burgemeester €15,-

Ambtsjubileum 25 jaar Gratificatie (zie CAO, artikel 3:5) en een bloemstuk €15,-

Ambtsjubileum 40 jaar Gratificatie (zie CAO, artikel 3:5) en een bloemstuk €15,-

Ambtsjubileum 50 jaar Gratificatie (zie CAO, artikel 3:5) en een bloemstuk €15,-

Afscheid *** t.w.v.

Afscheid bij ontslag in verband met pensionering Een geschenk, en €150,-

een bloemstuk €15,-

Afscheid bij ontslag op eigen verzoek Een geschenk, en €5,- per dienstjaar (min. €10,- en max. €80,-)

een bloemstuk € 15,-

Afscheid stagiaires en tijdelijk personeel, minimaal 1 maand in dienst Een kleine attentie in de vorm van een aandenken aan de gemeente Schiermonnikoog.

Afscheid stagiaires en tijdelijk personeel, minimaal 6 maanden in dienst Een kleine attentie in de vorm van een aandenken aan de gemeente Schiermonnikoog, gecombineerd met cadeaubon of bloemen

Max €25,-

N.B. Bij ontslag i.v.m. pensionering en bij ontslag op eigen verzoek met een diensttijd van minimaal 2 jaar, kan de medewerker in overleg met de leidinggevende vormgeven

Kerstpakketten *** t.w.v.

Kerstpakketten*voor medewerkers in vaste of tijdelijke dienst op 1 december (en op datum van verstrekking van kerstpakket), stagiaires, raadsleden, BABS/nul-urencontracten Maximaal

€ 50,- digitale bon/pakket

* Uitzendkrachten en andere externen krijgen geen kerstpakket.

Gepensioneerden ontvangen in het jaar van pensionering voor de laatste keer een kerstpakket.

** vrijstelling als het geen bon betreft en minder dan € 25 incl btw is

*** geen vrijstelling: telt mee in het vrije budget en als het wordt overschreden: eindheffing 80%

Inhoudingsplichtigen worden meegeteld voor WKR

Hoofdstuk 13 Generatiepact (1 januari 2016 – 1 januari 2020

Artikel 13:1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing onder deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Medewerker: de medewerker in algemene dienst van de gemeente Schiermonnikoog, met een minimale leeftijd van 55 jaar, met een arbeidsduur van meer dan 24 uur per week en die voorafgaand aan het verzoek ten minste 5 jaar onafgebroken in overheidsdienst heeft gewerkt;

  • b.

    Oorspronkelijke formele arbeidsduur: de formele arbeidsduur van de medewerker direct voorafgaand aan het moment dat deze op grond van deze regeling werd verlaagd.

  • c.

    Resterende arbeidsduur: de arbeidsduur, na vermindering van 20% van de oorspronkelijke arbeidsduur

  • d.

    Oorspronkelijke salaris: het salaris van de medewerker direct voorafgaand aan het moment dat dit op grond van deze regeling werd verlaagd

Artikel 13:2 Deelname

Op verzoek van de medewerker kan de medewerker vanaf de maand, volgend op de maand waarin hij/zij 55 jaar wordt, de oorspronkelijke formele arbeidsduur per week voor onbepaalde tijd terugbrengen met 20%.

Artikel 13:3 Salaris

Het salaris en de salaristoelagen worden doorbetaald op het niveau van 90% van het oorspronkelijke salaris, in de vorm van een pensioengevende toelage.

Artikel 13:4 Verlof- en pensioenopbouw

1.

Het recht op vakantieverlof wordt naar rato van de resterende arbeidsduur toegekend.

2.

De pensioenopbouw vindt plaats over het salaris + de toelage.

3.

De medewerker die gebruik maakt van deze regeling heeft geen recht meer op de zogenaamde leeftijdsverlofuren.

Artikel 13:5 Zwaarwegend bedrijfsvoeringsbelang

Het verzoek van de medewerker wordt ingewilligd, tenzij een zwaarwegend bedrijfsvoeringsbelang zich hiertegen verzet.

Artikel 13:6 Urenuitbreiding

Als tijdens deelname urenuitbreiding wordt aangevraagd en gehonoreerd, dan stopt de regeling van het generatiepact.

Artikel 13:7 AOW leeftijd

Na het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd, is er geen recht op deelname aan het generatiepact.

Artikel 13:8 Looptijd

De looptijd van deze regeling is:

Van 1 januari 2016 tot 1 januari 2020.

Artikel 13:9 Slotbepaling

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, gehoord hebbende het G.O., een regeling treffen, die het bepaalde in de vorige artikelen aanvult of daarvan afwijkt.

Hoofdstuk 14 Slotbepaling

Artikel 14:1 Onvoorziene gevallen

Voor gevallen waarin deze Aanvullende uitvoeringsregels bij CAR-UWO niet of niet naar billijkheid voorzien, treft het college een bijzondere regeling.

Artikel 14:2 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze regeling kan worden aangehaald als “Aanvullende uitvoeringsregeling CAR-UWO gemeente Schiermonnikoog”.

Deze regeling is definitief vastgesteld bij collegebesluit op 24 november 2015. Het Georganiseerd Overleg is akkoord gegaan met de regeling in de overlegvergadering van 2 november 2015.

De regeling treedt in werking op 1 januari 2016. Met de inwerkingtreding van de Aanvullende uitvoeringsregels bij CAR-UWO, worden de:

  • -

    Bezoldigingsverordening gemeente Schiermonnikoog 2006

  • -

    Wachtdienstregeling buitendienst gemeente Schiermonnikoog 2009

  • -

    Regeling vuilwerktoeslag gemeente Schiermonnikoog 1990 en verder

  • -

    Voorwaarden ter beschikking stelling ICT faciliteiten 2013

  • -

    Vakantieregeling 2004 en de wijzigingen daarna

  • -

    Werktijdenregeling 2015

  • -

    Notitie flexibele arbeidsvoorwaarden 2006

  • -

    Fietsenplan 2006 gemeente Schiermonnikoog

  • -

    Attentieregeling 2015

  • -

    Regeling reis- en verblijfskosten 2015

hiermee gelijktijdig ingetrokken.

Schiermonnikoog, aldus vastgesteld op 24 november 2015

De secretaris, de burgemeester,

G.Heeringa D.J. Stellingwerf